Eisenstadt is de hoofdstad van de provincie Burgenland in Oostenrijk. De stad ligt aan de zuidelijke voet van het Leithagebergte op een helling naar het Wulkaebene-terras op een hoogte van 182 m. Beschermd door de bergkam van het Leithagebergte, dat meer dan 400 meter hoog is en bedekt met dichte loofbossen, groeien er druiven, abrikozen, perziken en amandelen op de klimatologisch gunstige hellingen. Voor zover het oog reikt, is alles beplant met wijnstokken die ook de stad aan alle kanten omringen. Eisenstadt is met het openbaar vervoer prima verbonden met verschillende steden, zoals Wenen en Sopron (Hongarije). De stad heeft veel te bieden op het gebied van kunst, cultuur, muziek (Haydn) en wijn. Ik was er in de zomer van 2003 tijdens een excursiereis in de regio rond Wenen.

Lees ook: Stift & klooster bezienswaardigheden Klosterneuberg Oostenrijk

Schloss Esterházy

Schloss Esterházy is het hoogtepunt van de stad. Dit barokke paleis is wat kleiner dan de paleizen in Wenen, maar zeer interessant en mag je dus beslist niet overslaan.

Het paleis is uit de barokke periode, maar de geschiedenis gaat terug tot in de middeleeuwen. Het werd in de 13e eeuw gebouwd als een gotisch kasteel. In 1364 werd het kasteel overgenomen door de familie Kanizsay en flink uitgebreid. Met toestemming van de Hongaarse koning Ludwig de Grote bouwde de familie een muur rond Eisenstadt, waar het kasteel onderdeel van was. Tussen 1445 en 1464 kwamen het kasteel en de hele stad in het bezit van de Habsburgers. In 1622 kwam het kasteel in het beheer van de familie Esterházy.

In de jaren 1650 werd het kasteel herbouwd tot een barok paleis, dat daarna 300 jaar de hoofdverblijfplaats van de familie bleef. In de 18e eeuw werd het kasteel aan de buitenkant niet veel veranderd. Maar wel het interieur. Er kwam een stenen brugconstructie over de Schlossgraben, in 1761 een nieuwe hoofdtrap en in 1790-1794 werd het stal- en wachtgebouw gebouwd. Door de Franse bezetting kwamen de verdere plannen stil te liggen en door de financiële problemen van de familie werd alles afgelast.

De historische balzaal van het kasteel staat bekend als de Haydnzaal en wordt vaak gebruikt als concertzaal. In de achttiende eeuw was Joseph Haydn Kapellmeister in dienst van het Fürstenhof, en hij componeerde honderden muziekstukken. Verder is er de Empiresaal die ook de Große Speisesaal genoemd wordt. Deze eetzaal werd eind 18e eeuw veranderd in een klassieke stijl. In de Chinese Salon uit dezelfde periode kun je goed bewaard gebleven Chinese wandtapijten uit de 18e eeuw bekijken. Chinese kunst was erg populair bij de Europese adel. De kapel mag je ook niet overslaan. Dit is één van de oudste delen van het barokke paleis (1664).

Er zijn verschillende tentoonstellingen in het paleis over de familie Esterházy en hun bezittingen, hun kunstschatten of je neemt een kijkje in het leven van toen. Ook is er een wijnmuseum.

Tuinen

De bloemen- en moestuin, ten oosten en noorden van het kasteel, werd in de 18e eeuw barok gemaakt en na de aankoop van extra land in het begin van de 19e eeuw veranderde Moreau het in een Engels landschapspark. Er is een vijver en de Orangerie, uit de eerste helft van de 19e eeuw, was één van de grootste en modernste kassen met een representatief karakter naast die van Schloss Schönbrunn in Wenen. Op een kunstmatige rotsachtige heuvel is de Leopoldinentempel, met een sculptuur van de prinses. In het oostelijke deel van het park, verder weg van het kasteel, werden in de 20e eeuw een klein voetbalstadion en een openbaar zwembad gebouwd.

Meer informatie over het kasteel, de tentoonstellingen en activiteiten, de tijden en prijzen vind je hier.

Stadhuis Eisenstadt

Het stadhuis van Eisenstadt is een zeer bijzonder gebouw uit de 17de eeuw. De 27 meter lange straatgevel met twee verdiepingen heeft vierkant gips tot aan de ramen van de bovenverdieping. De gevel heeft een ritmische structuur door drie erkers en een groot toegangsportaal, dat wordt begrensd door ruitvormig pleisterwerk. De twee buitenste erkers rusten op pilaren, de middelste op drie consoles. In het midden zie je een zonnewijzer en het wapen van Eisenstadt. Tussen de ramen van de bovenverdieping zie je afbeeldingen. Ze tonen symbolisch de deugden van loyaliteit, hoop, naastenliefde, gerechtigheid, wijsheid, kracht en zelfbeheersing als vrouwelijke figuren, van links naar het midden, met het Latijnse opschrift. Rechts zie je scènes uit het Oude Testament: het oordeel van Salomo, Judith en Holofernes en Salomo en de koningin van Sheba.

Het stadhuis werd gebouwd rond 1650, nadat Eisenstadt in 1648 een koninklijke vrije stad was geworden. Sommige renaissancedelen, zoals het plafond in de hal, zijn uit deze periode. De muurschilderingen, ook uit de Renaissance, werden in 1949 door Rudolf Holzinger (1898-1949) opnieuw geverfd volgens de oude patronen. Het interieur werd verschillende keren herbouwd.

Musea Eisenstadt

Eisenstadt Haydn Museum

Het Haydn-Haus was van 1766 tot 1778 eigendom van de componist Joseph Haydn (1732-1809). Tegenwoordig is hier het Eisenstadt Haydn Museum gevestigd.

Over zijn leven wordt verteld in verschillende kamers, zoals de werkkamer, keuken en slaapkamer. Hier staan allerlei spullen uit zijn tijd, zoals zijn hamervleugel uit 1780 en een orgeltafel die in de Bergkerk heeft gestaan. Verder zie je er persoonlijke brieven, notenschrift en een portretmedaillon.

Het museum vindt zijn privéleven erg belangrijk en vertelt bijvoorbeeld over de ruzie die hij met de buren had vanwege een gedeelde ingestorte steunmuur. Daarnaast worden er wisselende exposities getoond, zoals over de vrouwen in zijn leven en zijn vriendschap met Mozart. Hij werd in 1785 lid van de vrijmetselaarsloge van Wenen, ‘Zur wahren Eintracht’. Hij heeft de loge maar één keer bezocht, maar Haydn heeft volgens de biograaf Georg August Griesinger (1769-1845) wel als vrijmetselaar geleefd. Dit zou blijken uit zijn composities. De bouw van het huis was in de 16e eeuw en sindsdien werd het verschillende keren verbouwd. Haydn woonde hier toen hij kapelmeester was aan het hof van de Esterházy’s. Hij kocht dit huis tegelijk met de tuin die zich in die tijd buiten de stadsmuren bevond. Hij en zijn vrouw plantten hier groenten, kruiden en sierplanten. Daar hadden ze ook een tuinhuisje staan waar Haydn ging werken aan zijn composities. Met hun verhuizing in 1778 deden ze ook de tuin van de hand. In 2002 werd bij het huis een tuin aangelegd in barokstijl.

Meer informatie vind je hier.

Landesmuseum Burgenland

Het Landesmuseum Burgenland toont de oorsprong van Burgenland in het Pannonische gebied. Over de natuurlijke geschiedenis, de geologie en biologie van het land en ook het effect van de mens op archeologie, kunst, cultuur, folklore, economische en hedendaagse geschiedenis.

Wijnhandelaar Sándor Wolf richtte een provinciaal museum op om de identiteit van de nieuwe staat te vertegenwoordigen. Hij werd de oprichter, maar moest Oostenrijk verlaten na de “Anschluss”. Zijn verzameling werd na de oorlog hersteld. Een deel met archeologische artefacten kon in 1958 op een veiling opnieuw worden gekocht en maakt nog steeds deel uit van de collectie.

Meer informatie vind je hier.

Kerken in Eisenstadt

Domkerk Sint-Martinus

De Domkerk Sint-Martinus is de rooms-katholieke kathedraal van het in 1960 opgerichte bisdom Eisenstadt. De eerste vernoeming naar de kerk als “Capella Sancti Martini de minori Martin” is van 1264, toen Eisenstadt zijn oorspronkelijke naam kreeg: in het Latijns Minor Martin en in het Duits Kleinmartinsdorf. Van deze kapel zijn er nog resten te vinden in de romaanse fundamenten van het huidige koor. In de 13e eeuw werd de kapel vergroot door de toevoeging van een vroeggotisch koor en de noordelijke Familiekapel. In 1460 werd de kerk herbouwd als een versterkte kerk, omdat men na de val van Constantinopel in 1453 bang was voor een Turkse aanval. Een belegering van de stad door de Hongaarse koning Matthias Corvinus in 1488 en de latere oorlog tegen de Turken vertraagden de voltooiing van de gotische hallenkerk. Na de grote brand van 1589 gingen er tientallen jaren voorbij voordat er met de wederopbouw van de beschadigde kerk werd begonnen. Het herstel van de kerk was in vroegbarokke vormen met gewelven en rondboogvensters in het presbyterium. Aan het einde van de 19e eeuw wilde men de kerk opnieuw een gotisch uiterlijk geven. De barokke altaren werden verwijderd en de barokke vensters werden vervangen door maaswerkvensters. De barokke beschildering was al eerder verdwenen.

Na de oprichting van het bisdom in 1960 werd de Martinuskerk verheven tot kathedraal. Sint-Martinus werd zowel de patroonheilige van het bisdom als het Burgenland. De vensters van het koor beelden het thema Christus, de Koning en Zijn rijk uit. Het middelste venster toont Christus als Koning der koningen. De voorstellingen van de overige vensters zijn onder te verdelen: het onderste deel gaat over het Oude Testament, het middelste deel op het Nieuwe Testament en het bovenste veld heeft scènes uit de kerkgeschiedenis. De ramen van het kerkschip tonen motieven uit de Openbaring van Johannes. In 1980 maakte Thomas Resetarits een reliëf van een Mantelmadonna die boven de bronzen deuren van het portaal van de dom werd geplaatst.

Bijzonder is de barokke preekstoel met een reliëf van Christus onder de Schriftgeleerden en een reliëf van Christus de Zaaier. Bij de ingang naar de sacristie hangt een 17e-eeuws olieverfschilderij van Christus voor Kajafas. In de Familiekapel staat een barokke beeldengroep van de Heilige Familie. In deze 14e-eeuwse kapel zijn in het gotische kruisribgewelf twee sluitstenen met een Christusvoorstelling en een hand te zien.

De dom is beroemd om zijn kerkmuziek. Er worden regelmatig concerten georganiseerd en jaarlijks vindt er de Haydn Festspiele plaats. Het orgel werd volgens de aanwijzingen van Joseph Haydn gebouwd in 1778 door Johann Gottfried Malleck uit Wenen dankzij een schenking door de weduwe Theresia Frigl. Een latere nieuwbouw was nodig omdat het oudere orgel zwaar beschadigd was door eerdere reparaties.

Meer informatie over de kathedraal vind je hier.

Bergkerk/Haydnkerk

De Bergkerk/Haydnkerk is een prachtige katholieke kerk en werd gebouwd in het begin van de 18e eeuw in opdracht van Paul Esterházy. Het Slot Esterházy ligt dicht bij de kerk. Met de bouw van de bedevaartskerk werd in 1715 begonnen. Esterházy maakte de bouw zelf niet meer mee, want hij stierf al in 1713 aan de pest. Er werd een enorme kerk gepland en de huidige kerk stelt slechts het oorspronkelijk geplande presbyterium voor. De bouw ging zeer traag en toen in 1782 keizer Jozef II een verbod op bedevaarten uitvaardigde was het helemaal klaar met de voortgang. De naast de Calvarieberg wonende Franciscanen werden verdreven en hun klooster werd opgeheven. De kerk wordt ook wel Haydnkerk genoemd, als vernoeming naar Joseph Haydn. Hij speelde op zeven orgels in Eisenstadt, waaronder op het Malleck-orgel. Onder de noordelijke toren is het graf van Joseph Haydn te vinden, dat veelvuldig door muziekliefhebbers uit alle delen van de wereld wordt bezocht. Daarnaast is er in Eisenstadt het Haydn-Haus. Hier woonde hij van 1766 tot 1778. Tegenwoordig is het ingericht als museum.
Boven het hoogaltaar werd een groot schilderij van het bezoek van Maria aan haar nicht Elisabeth geplaatst. Het plafond werd versierd met fresco’s uit 1772. Het orgel werd in 1797 door de Weense orgelbouwer Johann Gottfried Malleck gebouwd.

Over een brede trap met aan weerszijden beelden van engelen kom je bij de Genadekapel. Het genadebeeld van Maria werd in 1711 in een plechtige processie naar de kapel gevoerd en daar voor de nis van het altaar geplaatst. Hierdoor zie je de eerste statie van de kruisweg (Jezus in de Hof van Gethsemane) die zich in deze nis bevindt bijna niet meer. Achter het altaar van de Genadekapel begint de kruisweg.

In 1701 werd een grote Calvarieberg aangelegd. Trappen en gangen van tufsteen voeren langs 10 kapellen, 18 altaren, talrijke grotten en nissen en zelfs een Heilige Trap. Je kunt meer dan 300 houten en stenen barokke beelden bekijken, verdeeld over 33 staties.

Meer informatie over deze kerk vind je hier.

Parochiekerk Eisenstadt-Kleinhöflein

De rooms-katholieke parochiekerk Eisenstadt-Kleinhöflein staat op een heuvel boven het dorp Kleinhöflein. Een oudere parochie was er al in 1464. Aan het koor (St. Veitkapelle) uit de 15e eeuw werd in 1528 een laatgotisch schip toegevoegd. In 1683 werden de altaren vernietigd. De hoge westtoren werd gebouwd in 1700. De altaren en de preekstoel werden in 1960/1963 gerestaureerd. De kerk op de heuveltop is omringd door een begraafplaats met een verdedigingsmuur. De drie verdiepingen tellende toren, met twee schuine steunberen op de hoeken met een stenen puntige helm tussen vier balvazen, werd toegevoegd aan de gevel. Aan de zuidkant van het schip is een vijfzijdige traptoren en een barokke veranda. De gevel heeft gebogen ramen met maaswerk en ronde boogmotieven en steunberen die in grootte zijn verdubbeld op het koor en het schip. Het westportaal in de toren heeft een recht dak. In de nis boven de gevel staat een stenen figuur “Veit in de ketel” uit 1700.
Het hoofdaltaar uit het eind van de 18e eeuw heeft een structuur met drie verdiepingen. Het voetstuk heeft een gebogen wand met links en rechts twee uitstekende kolommen met een afgerond hoofdgestel. Bij de gebroken constructie is een duif in de straalkrans met engelen en er zijn putti. Het altaar draagt ​​vier gebeeldhouwde figuren, buiten Peter en Paulus, binnen Kajetan en John Nepomuk en je ziet het altaarstuk “Martelaarschap van St. Veit” in een rococolijst. Het rechter zijaltaar uit de 18e eeuw met een platte muur en pilasters toont de kruisiging en in de toren het beeld van Maria Magdalena. Aan de zijkant zie je kleine gravures met Sebastiaan en Anna met Maria en een Pietà.
De preekstoel heeft bloemhangers en engelenkoppen en draagt ​​de figuren Salvator en de vier evangelisten.

De Franziskanerkirche en het klooster van St. Michael

Op deze plek was een klooster met kerk van St. John de Evangelist. Die werden verwoest in 1529 aan het eind van het eerste Weens-Turks beleg. Het plein bleef verlaten totdat graaf Esterházy in 1625 een Franciscaans klooster schonk. Van 1625 tot 1629 werd het klooster gebouwd. Rond en na 1705 werden vijf graven gebouwd onder de kerk. Kerk en klooster brandden af tijdens het Tweede Weens-Turkse beleg en volledig gerestaureerd. In 1770 versierde Stephan Dorfmeister de eetzaal met olieverfschilderijen en fresco’s. Hierbij zijn bijvoorbeeld schilderijen van het Laatste Avondmaal en St. Antonius van Padua en St. Franciscus. Van 1777 tot 1778 vond de wederopbouw van de westtoren van de kerk plaats. Van 1856 tot 1857 werd het vorstelijke graf van Esterházy herbouwd en uitgebreid. In 2018 vertrok de Franciscaanse orde en werd het klooster overgedragen aan het bisdom.

In 1980 werd het Bisschoppelijk Museum opgericht op de tweede verdieping van het klooster en in de jaren erna werd de tentoonstelling voortdurend uitgebreid. In jaarlijks wisselende speciale tentoonstellingen worden onderwerpen belicht als Burgenland kerkgeschiedenis en kerkelijke culturele geschiedenis zoals bedevaarten, verering van heiligen, kerkmuziek, glazen ramen of populaire vroomheid.

Een stukje geschiedenis

Het gebied maakte deel uit van het Keltische koninkrijk Noricum. Later, onder de Romeinen, lag het huidige Eisenstadt in de provincie Pannonia. Daarna vestigden zich verschillende Germaanse volkeren en de Hunnen in het gebied. Rond 800 na Christus, ten tijde van Karel de Grote, kwam de nederzetting in Beieren te liggen. Ook is het onderdeel geweest van het Koninkrijk Hongarije. In 1373 kwam de stad in het bezit van de Hongaarse adellijke familie Kanizsai. De familie liet de muren versterken en bouwde een slotburcht. Vanaf deze tijd komt de naam “Eysenstat” (sterk, ijzer). De Hongaarse adellijke familie Esterházy was erg belangrijk voor de stad. De familie veranderde het beeld van de stad door allerlei bouwactiviteiten. De familie Esterházy was één van de rijkste adellijke families in Midden-Europa en had veel kastelen om uit te kiezen. Ze koos Eisenstadt als het prinselijke hoofdkantoor, herbouwde het voormalige fort tot een prestigieus kasteel wat zelfs leidde tot bezoeken door keizerin Maria Theresia. Met de benoeming van Joseph Haydn als prinselijke Hofkapellmeister in de jaren 1760, begon hier een 30-jarige bloeiperiode van kunst en cultuur. In 1809 werd Eisenstadt tijdens de Napoleontische oorlogen bezet door Franse troepen. Tussen 1865-1898 was Esterházy bijna failliet door alle kosten die ze hadden voor hun gebouwen en het in stand houden van het hofleven. Alleen door de keizerlijke hulp ontsnapte ze aan faillissement. Het werd stil in Eisenstadt. De West-Hongaarse stad was cultureel gericht op Wenen en probeerde zich in de laatste decennia van de 19e eeuw aan te passen aan die van Boedapest. Na de Eerste Wereldoorlog werd Oostenrijk-Hongarije ontbonden. Het gebied kwam in 1921 als Burgenland (de nieuwe naam) bij Oostenrijk. Eisenstadt werd de hoofdstad van de staat.

Uitgelichte afbeelding 123rf.com

Astrid

Hoi, ik ben Astrid, bouwjaar 1983. Ik heb de lerarenopleiding geschiedenis en Mens & Maatschappij gedaan en lesgegeven op middelbare scholen in de vakken geschiedenis en aardrijkskunde. Mijn hobbies zijn lezen, reizen en alles wat met kunst en geschiedenis te maken heeft. Verder volg ik graag sport, zoals tennis, turnen en voetbal.
Ik schrijf voor Mamaliefde een wekelijkse reisblog over reizen en uitstapjes die ik zelf gemaakt heb, met de speciale nadruk op kunst en geschiedenis. Ook verzorg ik de taal van alle blogs die gepubliceerd worden.
Astrid