Doornik (ook wel bekend als Tournai, want het ligt in Wallonië) is de op één na oudste stad (na Tongeren) van België en heeft cultuurhistorisch een belangrijke rol gespeeld. Doornik is nog steeds één van de belangrijkste monumentensteden van België. Blikvanger is de romaanse Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. Er is een 13e-eeuwse brug over de Schelde, het oudste belfort van België en een lakenhal, beide aan de prachtige Grote Markt, en verder verschillende stadspoorten en pakhuizen. Ik was er een dag tijdens mijn vakantie in Kortrijk (voorjaar 2019) en ben met de trein heen en weer gereisd. Er zijn uitstekende verbindingen met de trein vanuit verschillende steden. Ook kun je juist in de regio een langere tijd verblijven. Er zijn een aantal campings net buiten de stad. In de regio is ook van alles te zien en te doen. Als je vanaf het station naar de binnenstad loopt, vind je tegenover de kathedraal het bureau voor toerisme. Hier kun je een stadswandeling krijgen op plattegrond en heel veel informatie. Uiteraard kun je ook gewoon zelf je route bepalen.

Lees ook: Wallonië Picardië; Uitjes en bezienswaardigheden in de provincie Henegouwen

Bezienswaardigheden Doornik

Het Belfort van Doornik

Dit is een belfort gebouwd aan het einde van de 12e eeuw en is daarmee het oudste van België. In 1188 zocht de Franse koning Filips Augustus een bondgenoot in zijn strijd met de graaf van Vlaanderen Filips van de Elzas. Hij verleende het klokrecht aan Doornik waardoor de stad het recht kreeg om een belfort te bouwen. Op een plaats waar waarschijnlijk eerder een Romeinse omwallingtoren stond, kwam een vierkante toren van 30 meter hoog.

In 1294 werd de toren verhoogd naar 70 m. Hij kreeg ook zijtorens en een spits met een vergulde draak. Dit verliep tegelijk met andere uitbreidingswerkzaamheden aan de stadsmuur en de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. Na een zware brand restaureerde men het belfort in 1392 en kreeg het nieuwe klokken en versieringen (meerminnen, tritons en vaandels). Na een bezoek van keizer Jozef II werd de draak even vervangen door een Habsburgse arend op een wereldbol (1782). Honderden jaren lang overleefde het belfort woelige periodes. In 1844 besloot men het gebouw aan te passen aan de nieuwe tijd. Tijdens de Eerste Wereldoorlog deed het belfort opnieuw dienst als wachttoren maar nu met een Duitse soldaat op de torenkransen. De zware bombardementen van de Tweede Wereldoorlog lieten de toren ongemoeid.

Het Stadhuis

De voormalige Sint-Maartensabdij in het historisch centrum van Doornik gaat terug tot de 7e eeuw. Ze werd eind 11e eeuw heropgericht door Odo van Doornik en was meteen een belangrijke benedictijnenvestiging. In 1797 kwam een einde aan het religieuze leven in de abdij tijdens de Franse revolutionaire periode. De gebouwen zijn grotendeels afgebroken, op het abtenpaleis na, dat tegenwoordig in gebruik is als stadhuis. Het is een voorbeeld van classicisme. Het fronton draagt nog de wapens van de laatste abt, Robert Delezenne. Sterk beschadigd door explosies en brand in de Tweede Wereldoorlog, is het gebouw volledig gerestaureerd, met 18e-eeuwse meubels en decoratie.

Architectuurstijlen

  • Romaanse herenhuizen (waaronder de oudste en best bewaarde in Europa). Deze twee huizen met puntgevels uit de jaren 1175-1200, prototypes van de Vlaamse-stenen-architectuur, behoren tot de oudste burgerresidenties van West-Europa. Het ene herbergt de protestantse kerk, het andere een kunstgalerij. De huizen kunnen alleen aan de buitenkant bezichtigd worden (alleen de kunstgalerij is toegankelijk als er een tentoonstelling is).
  • Renaissance en barokhuizen (deze huizen worden ook wel “Spaanse huizen” genoemd.) De gevels zijn in baksteen opgebouwd en de omlijsting van de vensters en de dakgevels is ook voor het eerst in steen. De “barokhuizen” zijn gebouwd in de 17de eeuw en deze zijn vooral bekend door hun praalrijke gevels en fijn uitgewerkte luchters.
  • Art Nouveauhuizen (Jugendstil) bevinden zich vooral in de buurt van het station. Bijzonder zijn het huis op de Place Victor Carbonnelle 5, ontworpen door Georges De Poore in 1903, de huizen die Gustave Strauven bouwde op de Avenue Van Cutsem en het gebouw dat het Museum voor Schone Kunsten huisvest en dat dateert uit de latere periode van Victor Horta.

De Pont des Trous

Dit is één van de meest prestigieuze overblijfselen van de middeleeuwse militaire architectuur in België en is één van de laatste drie militaire rivierbruggen die vandaag nog bestaan in de wereld. De brug, gebouwd aan het einde van de 13de eeuw, maakte deel uit van de tweede stadswal van Doornik die 18 poorten telde, en beschermde de loop van de Schelde door de stad. Enorme hekken kunnen op ieder ogenblik de doorgang versperren. Zijn naam komt van de aanwezigheid van een sluis in buurt die gewoonlijk “trou” (gat) door de Doornikers genoemd werd. De bouw nam ongeveer 50 jaar in beslag: de toren op de linkeroever (Bourdiel-toren) is van 1281, de toren op de rechteroever (Thieulerie-toren) van 1304. De bouw van de bogen duurde nog 25 jaar. In 1948 wordt de waterpoort verhoogd met 2,40 m om de doorgang van de boten te vergemakkelijken.

Musea in Doornik

Museum voor Schone Kunsten

Het Museum voor Schone Kunsten is een kunstmuseum. De verzameling bestaat vooral uit oude schilderijen van het legaat dat Henri Van Cutsem bij zijn dood in 1904 aan Doornik had geschonken. Later is de collectie aangevuld met aankopen, schenkingen en nalatenschappen. Het geeft de bezoeker een overzicht van de geschiedenis van de schilderkunst van de 15e eeuw tot heden. Het gebouw werd door de Belgische architect Victor Horta ontworpen. Het museum werd op 17 juni 1928 geopend.

Collectie: Onder de belangrijkste werken bevinden zich behalve enkele primitieven (waaronder Robert Campin, Rogier van der Weyden, Jan Gossaert, Bruegel) ook meesters uit de 17e en 18e eeuw, zoals Snyders, Rubens, Jordaens, Watteau en Piat Sauvage. De impressionisten zijn vertegenwoordigd door Manet, Monet, Seurat, Van Gogh en Ensor. Aan de schilders afkomstig uit Doornik (Gallait, Pion, Dumoulin, Leroy, Grard) wordt een speciale plaats toebedacht. Een didactische afdeling stelt fotoreproducties voor van het verzamelde werk dat wordt toegeschreven aan Rogier van der Weyden op ware grootte van de originele kunstwerken. Op het moment dat ik er was, was het museum deels gesloten vanwege restauratie.

Meer informatie vind je hier.

Archeologisch Museum

Het Archeologisch museum in het pandjeshuis uit 1622 beschikt over een unieke verzameling van archeologische vondsten van de prehistorie tot de Middeleeuwen. Prestigieuze stukken afkomstig uit recente opgravingen worden er tentoongesteld, zoals die uit een Gallo-Romeinse necropolis in Doornik. Tijdens deze opgravingen zijn loden sarcofagen ontdekt, en de tombe van de zogenaamde “Saksische prinses”, die gevonden is in de Merovingische begraafplaats in de Sint-Brixiuswijk. Daarnaast herbergt het museum ook reproducties van de gouden bijen die gevonden zijn bij het graf van Childerik, de vader van Clovis.

Meer informatie vind je hier.

Folkloristisch museum

Het Folkloristisch museum vind je in een authentiek 17de-eeuws gebouw, en toont alle fases van het dagelijkse leven van de geboorte tot de dood. In 23 tentoonstellingszalen zie je rijke en gevarieerde collecties: oude beroepen, drukwerken, porselein, de adellijke afdeling, religie, militaire regimes, carnaval, marionetten, reuzen, geneeskunde, apotheek, schooltijd, mode, gemeenschappen, muziek, artiesten, maquettes van oud-Doornik (reliëfkaart van Lodewijk XIV).

Meer informatie vind je hier.

Museum voor Wandtapijten en Stofkunsten

In het Museum voor Wandtapijten en Stofkunsten zie je een tiental Doornikse wandtapijten uit de 15de en de 16de eeuw. In het museum worden oude en hedendaagse wandtapijten gerestaureerd en vinden permanente en tijdelijke tentoonstellingen plaats. Het museum is ook gewijd aan de opleving van de stofkunsten, sinds de eerste realisaties van de groep Forces Murales in de jaren ’40 tot het onderzoek van het laatste decennium. Het museum is gelegen in een oud neoklassiek herenhuis, ontworpen door architect Bruno Renard.

Meer informatie vind je hier.

Museum voor Geschiedenis en Sierkunsten

Het Museum voor Geschiedenis en Sierkunsten is gelegen in een prachtig bijgebouw van de Sint-Martinabdij uit de tijd van Lodewijk XIV. Er is een opmerkelijke collectie Doorniks porselein te zien uit de 18de en 19de eeuw. In het museum kun je ook het prachtige werk bewonderen van de Doornikse edelsmeden en tinbewerkers, en een belangrijke collectie van muntstukken die van de 12de tot de 17de eeuw in Doornik werden geslagen voor de koningen van Frankrijk en Spanje. Deze producties zijn niet alleen “sierkunsten”, maar weerspiegelen ook de gewoontes van een maatschappij en illustreren de economische of technologische geschiedenis van de streek.

Meer informatie vind je hier.

Marionettencentrum van Doornik

Het Marionettencentrum van Doornik nodigt uit om de marionettenkunst in al zijn vormen te komen ontdekken. Hier wordt onderzoek gedaan naar en de promotie van de marionettenkunst. Het centrum dat gelegen is in een voormalig hôtel de maître, bezit een collectie van ongeveer 2500, zowel eigentijdse als traditionele, marionetten uit de hele wereld. Het centrum organiseert verschillende creatie- en pormotieacties. Zo steunt het jonge ontwerpers door verblijf aan te bieden en organiseert het ook 2 tweejaarlijkse festivals, stages en opleidingen. Dit museum heeft een mooie permanente tentoonstelling die alle jaren vernieuwd wordt. Het centrum stelt ook rondreizende en thematentoonstellingen voor. Op de tentoonstellingen zullen rondleidingen met animatie je onderdompelen in deze fascinerende wereld.

Het zelfstandig bezoek voor families “Jack is vertrokken!” : Jack is verdwenen! Enige sporen van zijn ontsnapping: selfies die hij zowat overal in het museum verstopt heeft. Ze hebben jou nodig om hem terug op zijn plaats te kunnen zetten tussen de andere marionetten. Tijdens je onderzoek zal je raadsels moeten oplossen, verschillende hanteringstechnieken uittesten, marionetten in detail observeren, hun gezichtsuitdrukkingen nabootsen, hun stof aanraken.

Meer informatie vind je hier.

Museum voor natuurgeschiedenis en Vivarium

Het Museum voor natuurgeschiedenis en Vivarium was het eerste museum in België (1828), op de locatie van de abdijbrouwerij Sint-Martin. Er zijn afdelingen gewijd aan natuurlijke geschiedenis, neoklassieke galerij, dioramazaal, tentoonstellingen en mineralen, bibliotheek, tropische serre met een verbazingwekkend vivarium. Ook zijn er regelmatig tijdelijke tentoonstellingen.

Meer informatie vind je hier.

Koninklijk wapenmuseum en museum voor militaire geschiedenis

Het Koninklijk Museum voor Wapens en Geschiedenis is gevestigd in een herenhuis uit het einde van de 18e eeuw, waar je de prachtige collecties messen, vuurwapens, diverse historische voorwerpen en documenten, modellen, uniformen met betrekking tot het 1e Rijk, de geschiedenis van België en de laatste twee wereldconflicten kunnen ontdekken. De Marinekamer vertelt het verhaal van de Belgische marine en laat de uitrusting zien die in gebruik is bij de Zeemacht, evenals de vlaggen die geschonken werden door de patriottische verenigingen van Doornik en de regio. Je mag er gratis naar binnen op de eerste zondag van de maand, behalve tijdens tijdelijke tentoonstellingen. Gratis voor kinderen tussen 0 en 6 jaar.

Meer informatie vind je hier.

Kerken Doornik

Onze-Lieve-Vrouwekathedraal

De Onze-Lieve-Vrouwekathedraal valt op door de vijf even hoge torens. De kathedraal is een vernieuwend gebouw. Een romaanse voorloper met tal van elementen die in de gotiek hoogtij zouden gaan vieren. Hierna is niemand meer gelukt om het harmonieuze beeld met de vijf even hoge torens te evenaren. De bouw gebeurde in drie grote fasen. Het oudst is het driebeukige schip, in romaanse stijl. Boven de zijbeuken is een tribune aangelegd. Aan de buitenzijde ligt voor de vensters een loopgang, die samen met de ronde traptorentjes ‘trendsetters’ waren. Voor een romaans gebouw is deze kathedraal erg goed verlicht.

Daarna werd begonnen met de bouw van het transept. Dit is rond 1145 geplaatst. De vier hoektorens rondom het transept, en de vieringtoren daartussen, domineren met hun 83 meter het stadsbeeld. Met uitzondering van de torens, was het geheel af bij de inwijding in 1171. In 1243 werd besloten om het romaanse koor af te breken en te vervangen door een enorm gotisch koor dat in 1255 af was. De Doornikse kalksteen en het basisschema van dit koor zou als inspiratie dienen voor vele kerken, zo ook voor de Dom van Utrecht.

De portiek voor de westgevel dateert van rond 1500. Het koor is in renaissancestijl en komt uit 1574. Een ander prachtstuk is het schilderij “De bevrijding van de geesten uit het Vagevuur” van Peter Paul Rubens uit 1635. De geesten worden bevrijd dankzij het gebed aan de Heilige drie-eenheid. Dit doek werd tijdens de Franse Revolutie weggehaald, en kwam beschadigd terug in 1815. Dit is het enige schilderij van Rubens dat zich in Wallonië nog bevindt op de plaats waarvoor het gemaakt was. Dit schilderij hangt in de Sint-Lodewijkkapel, opgericht in 1299 voor de Franse koning Lodewijk IX die in 1270 was overleden. In dezelfde kapel hangt ook een “Christus aan het Kruis” van Jacob Jordaens. In de schatkamer van de kathedraal vind je een reliekschrijn van Onze-Lieve-Vrouw.

Na een tornado in 1999 is de stabiliteit van dit enorme bouwwerk in gevaar gekomen, en werden stabilisatiewerken noodzakelijk. Hierdoor kun je maar een deel van de kathedraal bezoeken. Persoonlijk vond ik vooral de buitenkant erg indrukwekkend, zelfs in de steigers. Wel staat er binnen een mooi schaalmodel van de kerk.

Sint-Piatuskerk

De Sint-Piatuskerk is gebouwd in de 12de eeuw. De kerk is gewijd aan de heilige Piatus, de eerste christelijke missionaris van Doornik. Volgens opgravingen uit 1971 bevond zich hier vroeger in het midden van de 4de eeuw een christelijke begraafplaats, waarop in het begin van de 6de eeuw een Merovingische basiliek werd gebouwd. Aan het romaanse schip werd in de 13de eeuw een gotisch koor gebouwd. De kerk werd de volgende eeuwen nog vergroot. In de 17de eeuw werden zijkapellen gebouwd waarin de legende van Onze-Lieve-Vrouw van de Alsemberg en de legende van Sint-Hubertus worden afgebeeld.

Sint-Kwintenskerk op de Grote Markt

De Sint-Kwintenskerk is een romaans gebouw uit de 12e eeuw. De oorsprong van de kerk is vermoedelijk verbonden met de grote Gallo Romeinse begraafplaats waar ze overheen is gebouwd. De rijke tapijtwever Pasquier Grenier liet in 1464 de kooromgang en drie kapellen bijbouwen, waarna hij in 1493 zelf begraven werd in de kerk. Het schip is romaans. Het transept en het koor hebben gewelven die op de overgang van romaans naar gotisch gebouwd zijn. De marmeren balustrade die het koor afsluit, is uit de 17e eeuw. Tussen het schip en het transept liggen twee kapellen. Tegen de pijlers van de kruising zijn twee gepolychromeerde beelden uit 1428 aangebracht. Deze groep van de Annunciatie is het werk van beeldhouwer Jean Delemer en schilder Robert Campin, twee Doornikse meesters van wie weinig ander werk is bewaard.

Sint-Brixiuskerk

De Sint-Brixiuskerk is een romaanse kerk en één van de oudste hallenkerken. Het is gewijd aan Brixius van Tours. De kerk is gebouwd in het laatste kwart van de 12e eeuw. In het begin van de 13e eeuw werd het romaanse koor vervangen door een vroeggotische hallenkoor met kruisribgewelven. De klokkentoren is in de vijftiende eeuw toegevoegd. Die werd gebruikt als belfort van de rechteroever, zolang dit stadsdeel nog buiten het huidige Doornik viel. Bij de bouw van een godshuis naast de kerk deed men in 1653 een bijzondere vondst: het ongeschonden graf van de Merovingische koning Childerik I kwam tevoorschijn. Doordat de kerk dichtbij het station staat heeft de kerk zwaar geleden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vooral het interieur werd bij de Duitse luchtaanvallen onherstelbaar beschadigd. De restauratiewerken duurden tot 1954. De driebeukige kerk is voornamelijk romaans maar bevat ook gotische elementen. De klokkentoren is door een hoogschip verbonden met de toren. Aan de koorzijde zijn de drie beuken van gelijke hoogte. Onder de centrale altaarruimte ligt een romaanse crypte uit de 12e eeuw. Het interieur heeft een houten plafond. Een schilderij van Gaspar de Crayer toont aartshertogin Isabella van Spanje, die haar juwelen schenkt aan de Sint-Martinusbasiliek van Halle. De beeldhouwer George Grard maakte in 1966-71 het altaar, de tabernakeldeur en een bronzen doopbekken met Adam-en-Evamotief.

Ecopark Avonturenpark

In dit grote avonturenpark kun je van alles doen. In bomen klimmen, routes lopen langs de zipline, trampoline springen, boomhutten bezoeken, spellen op en ondergronds. Ook kun je er lasergamen en karten. Kortom te veel om op te noemen. Kijk vooral op hun website voor meer informatie over tijden, prijzen etc. Ook zie je dan precies wat je kind vanaf welke leeftijd kan en mag doen.

Meer informatie vind je hier.

Geschiedenis Doornik

Doornik bestond al in de Romeinse tijd en kwam rond 432 in Frankische handen. Clovis verplaatste het Frankische machtscentrum naar Parijs, maar de rol van Doornik was nog niet uitgespeeld. Clovis maakte de stad bij zijn vertrek tot bisschopszetel, die heel Vlaanderen bestreek. Onder Karel de Kale, de eerste koning van westelijk Frankrijk, ontstond rond 850 het graafschap Vlaanderen, dat een leen bleef van de Franse koning. De stad trok welvarende kooplieden aan en hun doel om onafhankelijk te zijn leidde ertoe dat Doornik vanaf 1187 rechtstreeks onder de Franse kroon kwam. In de 15e eeuw kende de stad een bloeiende lakenhandel en was het een belangrijke leverancier van wandtapijten.

In 1513 veroverde de Engelse koning Hendrik VIII de stad. Het is daarmee de enige stad in België die door Engeland bezet werd. In 1519 werd het bestuur over de stad weer aan Frankrijk overgedragen. Keizer Karel V voegde in 1521 de stad bij zijn Nederlandse gebieden, waarop een periode van godsdiensttwisten en economische achteruitgang volgde. Na de Beeldenstorm, die de stad op 23 augustus 1566 bereikte, eisten de calvinisten eigen kerken. De graaf van Horne was door Margaretha van Parma gestuurd om de rust te herstellen, en hij wilde dat bereiken door middel van een soort religieuze vrede, waarbij hij de calvinisten toeliet hun eigen kerken te bouwen; de koning en landvoogdes namen hem dit zeer kwalijk en riepen Horne terug. Op 2 januari 1567 werd Doornik heroverd door de katholieken. Als gevolg van het Eeuwig Edict in 1577 verlieten de Spaanse troepen de stad. In 1581 werd zij door de Spaanse landvoogd Alexander Farnese, heroverd na een langdurig beleg. Parma was politiek slimmer dan koning Filips II: in plaats van de protestanten uit te moorden, gaf hij ze een jaar de tijd om hun bezittingen te verkopen en te emigreren. Dat voorbeeld droeg ertoe bij dat bij latere belegeringen de protestanten minder geneigd waren om tot het einde door te vechten.

Onder de Franse koning Lodewijk XIV kwam de stad weer in Frans bezit in 1668. De Fransen moesten echter aan het eind van de Spaanse Successieoorlog volgens de bepalingen van de Vrede van Utrecht in 1713 aanvaarden dat de voormalige Spaanse Nederlanden Oostenrijks werden. In 1815 ging Doornik deel uitmaken van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en in 1830 van België. In mei 1940 werd de stad bij een Duits bombardement grotendeels beschadigd.

Astrid

Hoi, ik ben Astrid, bouwjaar 1983. Ik heb de lerarenopleiding geschiedenis en Mens & Maatschappij gedaan en lesgegeven op middelbare scholen in de vakken geschiedenis en aardrijkskunde. Mijn hobbies zijn lezen, reizen en alles wat met kunst en geschiedenis te maken heeft. Verder volg ik graag sport, zoals tennis, turnen en voetbal.
Ik schrijf voor Mamaliefde een wekelijkse reisblog over reizen en uitstapjes die ik zelf gemaakt heb, met de speciale nadruk op kunst en geschiedenis. Ook verzorg ik de taal van alle blogs die gepubliceerd worden.
Astrid

Latest posts by Astrid (see all)