Boedapest is de hoofdstad van Hongarije en wordt ook wel het Parijs van het oosten genoemd vanwege de statige oude gebouwen, de theaters, de art deco en het flaneren langs de rivier die door de stad stroomt. Het is een prachtige, eeuwenoude stad, gebouwd aan weerszijden van de rivier de Donau. Boeda en Pest ja. Twee aparte steden waren dat en dat zie je nog steeds. Ik was hier twee weken in het najaar van 2012. Ik heb genoten van deze bijzondere stad. Het is ook een heel goede bestemming als je wat minder te besteden hebt, want het is geen dure stad. Er zijn weekkaarten voor het openbaar vervoer, wat heel handig is omdat de afstanden in deze stad behoorlijk groot zijn.

Lees ook: Bratislava; bezienswaardigheden en uitjes

In deze blog vertel ik over de bezienswaardigheden van de stad zelf en één uitstapje buiten de stad, maar als je meer tijd hebt dan zijn er nog meer mooie plaatsen in de omgeving die met de trein prima te bezoeken zijn. Bijvoorbeeld Esztergom en Szentendre. Ik heb de bezienswaardigheden dit keer per wijk ingedeeld, omdat ik op die manier de stad heb bezichtigd, maar je kunt natuurlijk naar eigen voorkeur combinaties maken.

Belváros (binnenstad)

Dit is het historische centrum van Pest. Een wijk waar het altijd heel druk is, mede door de banken, ministeries, winkels, cafés en restaurants. Voor aangename wandelingen moet je in het voetgangersgebied zijn of natuurlijk langs de rivier. De Ervin Szabó-bibliotheek is een neobarok gebouw: het Wenckheimpaleis, met een mooi versierde buitenkant en een smeedijzeren hek. Op de vierde verdieping zijn prachtig vergulde salons en balzalen te zien. Bij de ingang, in de voormalige paardenstallen, is een cafetaria ingericht.

Het Hongaars Nationaal Museum werd in 1802 gesticht in dit neoklassieke paleis met grote galerij en Korinthische zuilen. Voor het museum staat het standbeeld van de 19de-eeuwse, Hongaarse dichter János Arany. In de tuin rond het museum prijken andere beelden van geleerden, dichters en politici. De kroningsmantel van paarsrode, Byzantijnse zijde is geschonken door koning István I en zijn echtgenote aan de kerk van Székesfehérvár. Op de eerste etage zie je de hoogtepunten van de Hongaarse geschiedenis, van de Magyaarse invallen tot de postcommunistische tijd. Elke periode komt aan bod aan de hand van kaarten, schilderijen, kunst, alledaagse voorwerpen, wapens, meubilair, kleding en nog veel meer. Er is een bijzondere zaal over de uitdrijving van de Turken met een mooie caissonzoldering met keramiek. Ook vind je in een aantal zalen informatie over het huidige Hongarije.

Eén van de mooiste kerken in de stad vond ik de Universiteitskerk, een barokke kerk die eerst deel was van het klooster van de paulinische orde, de enige religieuze orde die gesticht werd in Hongarije (13de eeuw). Het heeft een prachtige buitenkant met twee bolvormige torens met een kruis en een fronton met het embleem van de paulinische orde en de beelden van Paulus de Kluizenaar en Antonius. Een houten deur met schitterend inlegwerk brengt je naar het weelderig versierde interieur met verguldsel, bewerkt hout en muurschilderingen, vooral scènes uit het leven van Maria. Boven het altaar in het koor hangt een kopie van de Zwarte Madonna uit een Pools klooster. De monniken maakten de preekstoel en andere versieringen van bewerkt hout (biechtstoelen, balustrade van de orgeltribune en kerkbanken). Ook de 18de-eeuwse Servische kerk (orthodoxe kerk) is prachtig. Eeuwenlang waren er Serviërs in deze wijk. De kerk staat te midden van een ongerepte tuin achter hoog hekwerk en dikke, okerkleurige muren. Een heerlijke rustige plek.

Niemand gaat voorbij aan Vörösmarty tér gelegen in het hart van het voetgangersgebied. In het midden staat het monument voor Mihály Vörösmarty van carraramarmer. Deze dichter uit de eerste helft van de 19de eeuw was een vurig patriot. Op de sokkel declameren diverse figuren verzen uit het bekende, vaderlandslievende gedicht Szózat, dat als een tweede volkslied gezien wordt en nooit ontbreekt op plechtige bijeenkomsten: “Dien, uw vaderland, Hongarije, standvastig, het is uw wieg. Hier moet u leven en sterven.” Op zomerdagen zien de terrasjes rond het plein zwart van het volk. De omgeving van het monument wordt dan een verzamelpunt voor muzikanten, schilders, spotprenttekenaars etc. aan de noordkant van het plein bevindt zich het bekende koffiehuis Gerbeaud, vooral in de vroege 20ste eeuw populair bij de beau monde van Boedapest.

Eén van de fraaiste panorama’s van Boedapest vind je aan de Donaupromenade. Hier kun je schitterend wandelen langs de rivier en naar de wijk aan de overkant kijken. Je ziet er ook de Concertzaal Vigadó en een parkje ervoor. Ook zijn er verschillende veerboten die vanaf de kade vertrekken. Helemaal doorlopend naar de Elizabethbrug kom je bij Belvárosi Plébánia (Parochiekerk van de binnenstad): De oudste kerk in de Hongaarse hoofdstad werd opgericht op de plaats van een Romeinse vesting. Met zijn twee symmetrische klokkentorens en zijn opvallende fronton is het één van de meest herkenbare kerkgebouwen in Boedapest. De kerk is gebouwd in een mix van stijlen. Het interieur is opgebouwd rond een gotisch koor met ribgewelf, afgesloten door een triomfboog, terwijl het barokke schip een tongewelf heeft. Tijdens de Turkse bezetting was de kerk een moskee: daaraan herinnert nog de mihrab die te zien is in de vierde nis in de absis, rechts van het koor. Verder heeft de kerk een fraai bewerkte houten kansel in barokstijl.

Gelegen tussen Vörösmarty tér en Szabadsajtó út ligt een absolute must van Boedapest: Váci utca de winkelstraat bij uitstek. Er zijn ook interessante gevels te zien. Op een pleintje op de hoek van Régiposta utca staat de Hermesfontein.

Margitsziget

Het Margaretha-eiland heeft een lengte van 2,5 km en een breedte van 500m tussen de Margarethabrug en de Árpádbrug. Ver van het razende stadsverkeer wordt deze autovrije plek terecht beoordeeld als het mooiste park van Boedapest. Je kunt het eiland bereiken via de twee bruggen, maar ook met een kleine veerboot.

Ga in het midden staan van de Margarethabrug voor een fraai uitzicht op beide oevers van de Donau en de Kettingbrug ertussen, met rechts Boeda, de Burcht en de Mathiaskerk en links Pest en het Parlement. Op het eiland is een treintje, er rijden “gewone” stadsbussen en je kunt er fietsen huren. Er zijn sportfaciliteiten en een openbaar zwembad. Er zijn verschillende speeltuintjes te vinden.

Het Eeuwmonument (Centenáriumi emlékmü) bij de muziekfontein is een bronzen sculptuur in de vorm van een vlam. Opgericht in 1972 ter herdenking van de vereniging van Boeda, Pest en Óboeda. Binnen in het monument werden allerlei voorwerpen bijeengebracht, waaronder een scheepsroer, een schroef en een tandwiel. Er is een mooi parkje met bloemen.

Op de Müvészsétány (Kunstenaarslaan) vind je allerlei bustes van bekende Hongaarse kunstenaars zoals Franz Liszt, Ferenc Erkel em Mór Jókai. Naast een neoromaanse kapel is er een rozentuin.

In het midden van het eiland zie je een voormalige watertoren met pubs, een amfitheater en restaurantje. Er worden evenementen gehouden.
Ook ligt er de ruïne van het dominicanenklooster, de laatste woonplaats van prinses Margaretha, die haar naam gaf aan het eiland. In de 13de eeuw werd Hongarije geteisterd door Mongoolse invallen. De koning zei dat wanneer zijn dochter zou intreden in een klooster, zijn land bevrijd zou zijn. De Turkse bezetting leidde tot de verwoesting van de religieuze gebouwen. Tot de 18de eeuw lag het eiland er verlaten bij. Toen liet de Oostenrijkse aartshertog het aanleggen tot een sierpark met wijngaarden. Iets verderop is er een kleine dierentuin die ze hebben geprobeerd in te richten zoals het eiland er tijdens de Middeleeuwen moet hebben uitgezien, met watervogels, herten en pony’s. Het zijn veelal dieren die gered zijn en gewond waren. Deze dieren zouden in het wild niet overleven en zijn hier ondergebracht.

Verder doorlopend richting de Árpádbrug kom je langs de kapel van de Heilige Michaël die niet te bezoeken is en een kleine Japanse tuin.

Gellérthegy