Stedentrip Boedapest; overzicht bezienswaardigheden en interessante plaatsen in de omgeving

Boedapest is de hoofdstad van Hongarije en wordt ook wel het Parijs van het oosten genoemd vanwege de statige oude gebouwen, de theaters, de art deco en het flaneren langs de rivier die door de stad stroomt. Het is een prachtige, eeuwenoude stad, gebouwd aan weerszijden van de rivier de Donau. Boeda en Pest ja. Twee aparte steden waren dat en dat zie je nog steeds. Ik was hier twee weken in het najaar van 2012. Ik heb genoten van deze bijzondere stad. Het is ook een heel goede bestemming als je wat minder te besteden hebt, want het is geen dure stad. Er zijn weekkaarten voor het openbaar vervoer, wat heel handig is omdat de afstanden in deze stad behoorlijk groot zijn.

In deze blog vertel ik over de bezienswaardigheden van de stad zelf en één uitstapje buiten de stad, maar als je meer tijd hebt dan zijn er nog meer mooie plaatsen in de omgeving die met de trein prima te bezoeken zijn. Bijvoorbeeld Esztergom en Szentendre. Ik heb de bezienswaardigheden dit keer per wijk ingedeeld, omdat ik op die manier de stad heb bezichtigd, maar je kunt natuurlijk naar eigen voorkeur combinaties maken.

Belváros (binnenstad)

Dit is het historische centrum van Pest. Een wijk waar het altijd heel druk is, mede door de banken, ministeries, winkels, cafés en restaurants. Voor aangename wandelingen moet je in het voetgangersgebied zijn of natuurlijk langs de rivier. De Ervin Szabó-bibliotheek is een neobarok gebouw: het Wenckheimpaleis, met een mooi versierde buitenkant en een smeedijzeren hek. Op de vierde verdieping zijn prachtig vergulde salons en balzalen te zien. Bij de ingang, in de voormalige paardenstallen, is een cafetaria ingericht.

Het Hongaars Nationaal Museum werd in 1802 gesticht in dit neoklassieke paleis met grote galerij en Korinthische zuilen. Voor het museum staat het standbeeld van de 19de-eeuwse, Hongaarse dichter János Arany. In de tuin rond het museum prijken andere beelden van geleerden, dichters en politici. De kroningsmantel van paarsrode, Byzantijnse zijde is geschonken door koning István I en zijn echtgenote aan de kerk van Székesfehérvár. Op de eerste etage zie je de hoogtepunten van de Hongaarse geschiedenis, van de Magyaarse invallen tot de postcommunistische tijd. Elke periode komt aan bod aan de hand van kaarten, schilderijen, kunst, alledaagse voorwerpen, wapens, meubilair, kleding en nog veel meer. Er is een bijzondere zaal over de uitdrijving van de Turken met een mooie caissonzoldering met keramiek. Ook vind je in een aantal zalen informatie over het huidige Hongarije.

Eén van de mooiste kerken in de stad vond ik de Universiteitskerk, een barokke kerk die eerst deel was van het klooster van de paulinische orde, de enige religieuze orde die gesticht werd in Hongarije (13de eeuw). Het heeft een prachtige buitenkant met twee bolvormige torens met een kruis en een fronton met het embleem van de paulinische orde en de beelden van Paulus de Kluizenaar en Antonius. Een houten deur met schitterend inlegwerk brengt je naar het weelderig versierde interieur met verguldsel, bewerkt hout en muurschilderingen, vooral scènes uit het leven van Maria. Boven het altaar in het koor hangt een kopie van de Zwarte Madonna uit een Pools klooster. De monniken maakten de preekstoel en andere versieringen van bewerkt hout (biechtstoelen, balustrade van de orgeltribune en kerkbanken). Ook de 18de-eeuwse Servische kerk (orthodoxe kerk) is prachtig. Eeuwenlang waren er Serviërs in deze wijk. De kerk staat te midden van een ongerepte tuin achter hoog hekwerk en dikke, okerkleurige muren. Een heerlijke rustige plek.

Niemand gaat voorbij aan Vörösmarty tér gelegen in het hart van het voetgangersgebied. In het midden staat het monument voor Mihály Vörösmarty van carraramarmer. Deze dichter uit de eerste helft van de 19de eeuw was een vurig patriot. Op de sokkel declameren diverse figuren verzen uit het bekende, vaderlandslievende gedicht Szózat, dat als een tweede volkslied gezien wordt en nooit ontbreekt op plechtige bijeenkomsten: “Dien, uw vaderland, Hongarije, standvastig, het is uw wieg. Hier moet u leven en sterven.” Op zomerdagen zien de terrasjes rond het plein zwart van het volk. De omgeving van het monument wordt dan een verzamelpunt voor muzikanten, schilders, spotprenttekenaars etc. aan de noordkant van het plein bevindt zich het bekende koffiehuis Gerbeaud, vooral in de vroege 20ste eeuw populair bij de beau monde van Boedapest.

Eén van de fraaiste panorama’s van Boedapest vind je aan de Donaupromenade. Hier kun je schitterend wandelen langs de rivier en naar de wijk aan de overkant kijken. Je ziet er ook de Concertzaal Vigadó en een parkje ervoor. Ook zijn er verschillende veerboten die vanaf de kade vertrekken. Helemaal doorlopend naar de Elizabethbrug kom je bij Belvárosi Plébánia (Parochiekerk van de binnenstad): De oudste kerk in de Hongaarse hoofdstad werd opgericht op de plaats van een Romeinse vesting. Met zijn twee symmetrische klokkentorens en zijn opvallende fronton is het één van de meest herkenbare kerkgebouwen in Boedapest. De kerk is gebouwd in een mix van stijlen. Het interieur is opgebouwd rond een gotisch koor met ribgewelf, afgesloten door een triomfboog, terwijl het barokke schip een tongewelf heeft. Tijdens de Turkse bezetting was de kerk een moskee: daaraan herinnert nog de mihrab die te zien is in de vierde nis in de absis, rechts van het koor. Verder heeft de kerk een fraai bewerkte houten kansel in barokstijl.

Gelegen tussen Vörösmarty tér en Szabadsajtó út ligt een absolute must van Boedapest: Váci utca de winkelstraat bij uitstek. Er zijn ook interessante gevels te zien. Op een pleintje op de hoek van Régiposta utca staat de Hermesfontein.

Margitsziget

Het Margaretha-eiland heeft een lengte van 2,5 km en een breedte van 500m tussen de Margarethabrug en de Árpádbrug. Ver van het razende stadsverkeer wordt deze autovrije plek terecht beoordeeld als het mooiste park van Boedapest. Je kunt het eiland bereiken via de twee bruggen, maar ook met een kleine veerboot.

Ga in het midden staan van de Margarethabrug voor een fraai uitzicht op beide oevers van de Donau en de Kettingbrug ertussen, met rechts Boeda, de Burcht en de Mathiaskerk en links Pest en het Parlement. Op het eiland is een treintje, er rijden “gewone” stadsbussen en je kunt er fietsen huren. Er zijn sportfaciliteiten en een openbaar zwembad. Er zijn verschillende speeltuintjes te vinden.

Het Eeuwmonument (Centenáriumi emlékmü) bij de muziekfontein is een bronzen sculptuur in de vorm van een vlam. Opgericht in 1972 ter herdenking van de vereniging van Boeda, Pest en Óboeda. Binnen in het monument werden allerlei voorwerpen bijeengebracht, waaronder een scheepsroer, een schroef en een tandwiel. Er is een mooi parkje met bloemen.

Op de Müvészsétány (Kunstenaarslaan) vind je allerlei bustes van bekende Hongaarse kunstenaars zoals Franz Liszt, Ferenc Erkel em Mór Jókai. Naast een neoromaanse kapel is er een rozentuin.

In het midden van het eiland zie je een voormalige watertoren met pubs, een amfitheater en restaurantje. Er worden evenementen gehouden.
Ook ligt er de ruïne van het dominicanenklooster, de laatste woonplaats van prinses Margaretha, die haar naam gaf aan het eiland. In de 13de eeuw werd Hongarije geteisterd door Mongoolse invallen. De koning zei dat wanneer zijn dochter zou intreden in een klooster, zijn land bevrijd zou zijn. De Turkse bezetting leidde tot de verwoesting van de religieuze gebouwen. Tot de 18de eeuw lag het eiland er verlaten bij. Toen liet de Oostenrijkse aartshertog het aanleggen tot een sierpark met wijngaarden. Iets verderop is er een kleine dierentuin die ze hebben geprobeerd in te richten zoals het eiland er tijdens de Middeleeuwen moet hebben uitgezien, met watervogels, herten en pony’s. Het zijn veelal dieren die gered zijn en gewond waren. Deze dieren zouden in het wild niet overleven en zijn hier ondergebracht.

Verder doorlopend richting de Árpádbrug kom je langs de kapel van de Heilige Michaël die niet te bezoeken is en een kleine Japanse tuin.

Gellérthegy

Tussen de Elisabethbrug en de Vrijheidsbrug ligt één van de meest karakteristieke plekken op de rechteroever, de 235m hoge en beboste Gellértheuvel. De wijngaarden die in de 19de eeuw de hellingen bedekten, vielen ten prooi aan de druifluisziekte. Direct achter/onder de brug vind je een klein parkje waar je een mooi standbeeld vindt van koningin Elizabeth (Sisi). Doorlopen onder de brug door en dan kom je bij de Rudasbaden. Aan de buitenkant ziet dit badhuis uit de Turkse tijd er heel gewoontjes uit, maar het interieur, bestaande uit een achthoekig bad van rood marmer, werd ingericht in de 16de eeuw en ziet er heel bijzonder uit. Acht zuilen dragen een ronde koepel, waardoor de lichtstralen op het water vallen.

Gellértmonument: In 1030, onder het bewind van István I werd Gellért de eerste bisschop van Csanád. De koning gebood hem om naar het benedictijnenklooster San Giorgio in Venetië te komen om er huisonderwijzer te worden van de troonopvolger, prins Imre. Daarnaast bekeerde hij ook veel Magyaren tot het christendom. Na de dood van István I in 1038 brak een revolte van heidenen uit die zich verzetten tegen hun bekering. In 1046 stierf Gellért de marteldood: hij werd in een ton gegooid en van de heuvel geduwd. Gellért, die in 1083 heilig werd verklaard, is de schutspatroon van Boedapest. Voor een halfcirkelvormige zuilenrij in antieke stijl prijkt een monumentaal bronzen beeld, een werk van Jankovits uit 1904, op de plek waar de bisschop werd vermoord. In zijn opgestoken rechterhand houdt Gellért een kruis vast en aan zijn voeten rust een bekeerde heiden. je hebt hier een schitterend uitzicht.

Loop verder omhoog want op de top van de heuvel prijkt de citadel, in 1851 gebouwd in opdracht van keizer Frans Jozef na afloop van de Hongaarse opstand tegen Oostenrijk. In de Tweede Wereldoorlog stond hier luchtafweergeschut opgesteld. De belvedère biedt een prachtig weids uitzicht, met de stad in de diepte en Pest op de andere oever. In de verte links is ook het Margaretha-eiland te zien.

Ook vind je hier het Bevrijdingsmonument: De middelste figuur op de kalkstenen onderbouw is een 14m hoge vrouw met boven het hoofd een palmblad dat ze aan de hemel lijkt te schenken. Het monumenct uit 1947 is een eerbetoon aan het Rode Leger dat de stad bevrijdde van de Duitse bezetters. Vanaf het terras ontvouwt zich opnieuw een mooi uitzicht op de rivier en de wijken Boeda en Pest. Rechts beneden zie je het Gellérthotel en –badencomplex.

Maak zeker even een wandeling door het Jubelpark, een aangenaam, mooi aangelegd park met schaduwrijke paadjes, bloemperken en graspleinen. Het ontstond naar aanleiding van de veertigste verjaardag van de Oktoberrevolutie.

Ben je weer beneden aangekomen dan moet je beslist even langs het Gellért-Bad; het meest weelderige badhuis van Boedapest dateert van 1918. Het complex naast hotel Gellért omvat een ruim kuuroord dat voor iedereen toegankelijk is en aparte warmwaterbaden voor mannen en vrouwen. Alleen al de architectuur is een bezienswaardigheid op zich. De zwemhal in het badhuis is aangelegd in 1934 op de locatie van de vroegere wintertuin van het hotel. De koepel van metaal en glas wordt ’s zomers geopend. Achter in het zwembad leiden twee kleine deuren naar twee kuurbaden: voor de mannen en voor de vrouwen. De ruimte heeft een aparte inrichting met blauwe mozaïeken, medaillons, engeltjes en fonteinen in art-decostijl.

Vlak voor de brug vind je nog een klein, bijzonder grotkerkje. Daarna kom je bij de Vrijheidsbrug: een 331m lang, fraai metalen kunstwerk. Eerst heette het de Franz Jozefbrug, in 1896 ingehuldigd, maar kreeg de huidige naam in 1946, na de wederopbouw. Op de vier torens prijken de beelden van de mythische vogel (turul). Aan de uiteinden zijn de bogen ook voorzien van het Hongaarse wapen met de Heilige Kroon.

Városliget

Het Park Városliget was wel één van mijn hoogtepunten. Ik ben er zelfs nog een keertje extra naar terug gegaan. Het ligt een eindje buiten het centrum, maar met de metro prima te bereiken. Je kunt in dit grote park heerlijk wandelen en er is van alles te zien en te doen. Ik noem de belangrijkste.

Je komt aan op het Hösök tere (Heldenplein). Links van dit enorme plein is het Museum voor Beeldende Kunst en rechts de Kunsthal, in het midden staat een kolom en daarachter verschijnen gebogen zuilengalerijen met beelden, het opvallende Millenniummonument. Rond de kolom brengen twee soldaten hulde aan het graf van de Onbekende Soldaat. Het Millenniummonument herdenkt de 1000ste verjaardag van de verovering door de Magyaren. Op de 36m hoge zuil in het midden staat het beeld van de aartsengel Gabriël boven op een globe, met in zijn handen de Hongaarse Kroon en het apostolische kruis. Een imposante beeldengroep op voetstuk toont prins Árpád te paard, in het gezelschap van zes andere aanvoerders van de Magyaren. De zuil wordt omringd door een colonnade in twee symmetrische delen, met aan beide zijden allegorische voorstellingen van Arbeid en Overvloed (links) en Kennis en Roem (rechts). De personificaties van Oorlog en Vrede zijn naar elkaar toe gekeerd. Tussen elke kolom staat het beeld van figuren die hun stempel drukten op de geschiedenis van het land (koningen en prinsen), terwijl onderaan een reliëf een bepaalde episode uit hun leven samenvat.

Een statig portaal met acht Korinthische zuilen in Griekse stijl vormt de toegang tot het indrukwekkende Museum voor Beeldende Kunst. Het fronton is een kopie van de tempel van Zeus in Olympia. In het museum vind je alles over Egypte, Grieken en Romeinen, Oude Meesters (13de-18de eeuw) en kunst uit de late 19de eeuw.

Burcht Vajdahunyad: Dit gebouwencomplex is gebaseerd op een Transsylvanisch Gotisch kasteel en kent vele bouwstijlen: romaans, renaissance en barok. Een driedelige boogbrug voert naar het voorplein van het kasteel, met links de Ják-kapel. De twaalf apostelen sieren het portaal. Voor het barokke gedeelte van het kasteel zetelt een vreemde figuur met monnikskap op een marmeren bank. Dit verbeeldt Anonymus, geschiedschrijver aan het hof van koning Béla III (12de eeuw). Er is een museum in het kasteel te bezoeken. Zomers is er een grote vijver en kun je er waterfietsen huren en ’s winters kun je er schaatsen.

Széchenyi-Baden: Dit enorme, neobarokke badcomplex met zijn witte en goudgele muren, zijn engeltjes en beelden staat bekend als één van de grootste kuuroorden in Europa. De bronnen die in 1897 zijn ontdekt, zijn de diepste van de stad en hebben het heetste water (75 graden Celsius).
Achter dit badencomplex is er nog een circus en een dierentuin. De dierentuin is ingedeeld per continent. Meer informatie vind je hier.

Burchtwijk

De Burchtwijk is één van de bekendste en mooiste wijken van de stad.

De Weense Poort is de op één na grootste stadspoort van Boedapest werd in 1936 herbouwd ter gelegenheid van de 250ste verjaardag van de bevrijding van Boeda. Aan de binnenkant van de poort hangt een gedenkplaat ter ere van de vele soldaten van verschillende nationaliteit die sneuvelden toen de stad bevrijd werd van Osmaanse juk. Het Monument voor de Herovering van Boeda (1936) is de voorstelling van een engel met de gelaatstrekken van een vrouw. Ze zwaait met het dubbele apostolische kruis, als symbool van de overwinning van de christelijke legers onder aanvoering van paus Innocentius XI. je loopt daarna door de Fortuna utca die met haar eeuwenoude gevels een prachtige straat is van de Burchtwijk.

Je komt aan bij de Matthiaskerk. Oorspronkelijk was dit de Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk. De huidige naam werd in de 19de eeuw gegeven ter ere van koning Matthias Corvinus, die het kerkgebouw vergrootte. Bovendien trad hij er ook in het huwelijk, in 1461 en een tweede keer in 1476. Ter vervanging van de Onze-Lieve-Vrouwekerk liet koning Béla IV in de 13de eeuw een driebeukige basiliek bouwen. De huidige opbouw kwam tot stand onder Sigismund van Luxemburg (14de eeuw) en Matthias (15de eeuw), die de zuidelijke toren toevoegde. Ten tijde van de Turkse bezetting van Boeda in 1541 werd de christelijke inrichting gesloopt en de muren behangen met tapijten, waarna de kerk omgebouwd werd tot moskee. Na de bevrijding door de christelijke legers schonk koning Leopold I de kerk aan de jezuïeten, die er barokelementen aan toevoegden. In 1867 werden keizer Frans Jozef van Oostenrijk en zijn vrouw Elisabeth er gekroond tot koning en koningin van Hongarije. Voor die gelegenheid componeerde Franz Liszt de Kroningsmis, waarvoor hij zelf de uitvoering dirigeerde. Later gaf de koning de opdracht om het monument te verbouwen in neogotische stijl.

Tegen de hoofdgevel leunt de rijzige, 80m hoge Matthiastoren met een vierkante basis die op de hogere bouwlagen achthoekig wordt en eindigt in een stenen spits. Links van het portaal bevindt zich de kleinere Bélatoren in romaanse stijl. Boven het hoofdportaal prijkt een timpaan met Madonna tussen twee engelen. De dakbedekking bestaat uit veelkleurige gelakte tegels, die vaak voorkwamen in de 15de eeuw. Het Zuidportaal of Mariaportaal (rechts) is uit de tijd van Lodewijk I de Grote. Op het fronton prijkt een bas-reliëf waarop Maria knielt tussen de apostelen. Boven op het gewelf troont God met de kroningskroon en de aardbol. Aan weerskanten van de deur staan beelden van de H. Stefanus en de H. Ladislas. Ga de kerk in via het Mariaportaal. Binnen is de kerk overvloedig beschilderd. Naar aanleiding van de kroning in 1867 hingen de verschillende Hongaarse provincies hun vlaggen op in het schip. Op het hoogaltaar in het neogotische koor prijkt een beeld van Maria met gouden stralenkrans, en op de preekstoel staan de vier evangelisten en de kerkvaders afgebeeld.

Er is een mooi museum voor de Sacrale Kunst: Loop eerst door de crypte, met daarin de roodmarmeren sarcofaag en de in Székesfehévár teruggevonden stoffelijke resten van de koningen uit de Árpád-dynastie, naast wapenschilden van ridders uit de Orde van Malta. Dan kun je naar boven, naar de Istvánkapel (bij de ingang prijkt een borstbeeld van Elisabeth van marmer) met daarin de reliekhouder van de heilige. De glas-in-loodramen verbeelden de heiligen van Hongarije. Vervolgens kun je met een wenteltrap naar de koninklijke kapel waarin de heilige Hongaarse kroon wordt tentoongesteld samen met foto’s en verklarende borden (ook in het Engels en Duits). Tot slot is er een tentoonstelling van priestergewaden en kerkelijke kunst.

Lees ook: Vakantie Malta & Gozo; Tips en bezienswaardigheden

Vissersbastion (Halászbástya): Dit neoromaanse, ommuurde complex met torens en het uitzicht van een sprookjeskasteel, dateert uit de late 19de en vroege 20ste eeuw. Voor de naam bestaan twee verklaringen. Het zou te maken hebben met een middeleeuws plein waar vis verkocht werd. Ook zou het vissergilde de stad actief verdedigd hebben op dit deel van de oude burchtmuur. Het huidige gebouw uit 1896 was nooit een verdedigingswerk, maar is opgericht om het duizendjarige bestaan van Boedapest te vieren. De zeven torentjes symboliseren de zeven Magyaarse stammen: elke leider kreeg zijn beeld. Het is hier ontzettend druk vanwege het weidse uitzicht op de Donau en Pest aan de overzijde van de rivier. In het café onder de booggewelven van het bastion is het genieten van het spectaculaire panorama, onder meer op het kleurrijke dak van de Matthiaskerk. Een dubbele trap leidt naar de Vizivároswijk. Voor het Vissersbastion staat een bronzen beeld van de Heilige Stefan. Gehuld in zijn kroningsmantel berijdt de eerste Hongaarse koning een paard met sierdek. Hij draagt de heilige kroon en houdt in zijn rechterhand het dubbele apostolische kruis, want hij introduceerde het christendom in Hongarije. De stralenkrans rond zijn hoofd staat symbool voor zijn heiligverklaring in 1083. De imposante neoromaanse sokkel is van bewerkte kalksteen. Op de bas-reliëfs staan belangrijke gebeurtenissen uit zijn regeerperiode.
Het Szentháromság tér is het hoofdplein van de Burchtwijk. Het Heilige Drie-eenheidplein dankt zijn naam aan de drie-eenheidzuil in het midden. Dit 18de-eeuwse barokmonument gedenkt de pestepidemieën in de 17de en 18de eeuw. Op de hoek met Szentháromság utca staat het laat-17de-eeuwse barokpaleis; het voormalige raadhuis van Boeda. Boven de vroegere kapel prijkt een torentje met uurwerk. In de hoeknis boven een erker staat het beeldje van Pallas Athena, beschermgodin van de stad. In haar rechterhand houdt ze een schild met daarop de wapens van Boeda.

Tárnok utca: In de Middeleeuwen was de Penningmeesterstraat een handelstraat waar Duitse kooplieden woonden. De naam verwijst naar de schatkistbewaarder van de koning. Hier staan fraaie huizen met beschilderde gevels en erkers of barokelementen. Erg toeristisch ook, want de meeste winkels verkopen souvenirs, folkloristische kleding en borduurwerk. Er zijn ook veel restaurants en cafés.

Arany Sas Patikamúzeum (Apotheekmuseum): In het midden van de 18de eeuw werd dit oude, 15de-eeuwse koopmanshuis omgevormd tot apotheek de Gouden Arend (er hangt een smeedijzeren uithangbord). Dit kleine museum omvat voorwerpen, potten en farmaceutische instrumenten van de 16de tot de 19de eeuw. Bijzonder interessant zijn de reconstructie van een 18de-eeuwse apotheek en een laboratorium, dat veel weg heeft van een werkkamer van een alchemist. Iets verder in de straat is links de Balta köz (Bijltjesdoorgang), een bijzonder onveilige plek in de middeleeuwen.
Wallenpromenade is een wandelweg over de middeleeuwse vestingmuren en reikt van het Esztergombastion tot Disz tér. Hij biedt vooral een opmerkelijk uitzicht op de wijken ten westen van Boeda. De nationale vlag die wappert op het Esztergombastion betekent vooral het einde van de Turkse bezetting. Ook hier heb je een mooi uitzicht over een deel van Boeda, met de heuvels en de Jánosberg op de achtergrond.

Lipótváros

Het district Leopoldstad is vernoemd naar Leopold II, die van 1790 tot 1792 koning van Hongarije was.

Het belangrijkste en meest bekende monument hier is het Parlement: Met zijn koepel, torentjes, pinakels, spitsen, arcaden en galerijen lijkt het op een neogotische kathedraal. Het meesterwerk werd gebouwd tussen 1885 en 1902. De Nationale Vergadering kwam er in 1896 voor het eerst samen. De gevels zijn versierd met tachtig beelden van Hongaarse vorsten en bevelhebbers. Tegenwoordig biedt het Parlement onderdak aan de president van de Republiek (zuidvleugel), de Regering (noordvleugel) en de Nationale Vergadering. De met leeuwen getooide hoofdingang aan het Kossuthplein leidt naar de staatsietrap. De staatsietrap is statig en prachtig, en daarna zie je de schitterende hal die voorzien is van overvloedig verguldsel. Op het spitsbogengewelf zie je fresco’s: de apotheose van de Wetgeving en de Verheerlijking van Hongarije. Op het plein zijn er twee halfingegraven paviljoenen. Het zijn ijskelders die via leidingen in verbinding stonden met het gebouw, waar ze voor de nodige verkoeling zorgden.
In het Etnografisch museum: een laat-19de-eeuwse neorenaissancistische paleis met een enorme, spectaculaire hal met een prachtige trap en een overdaad aan zuilen, zie je een fresco op het plafond die de Gerechtigheid uitbeeldt, want oorspronkelijk deed dit gebouw dienst als Hooggerechtshof. De enorme etnografische verzameling geeft een goed overzicht van het plattelandsleven van de 18de eeuw tot de vroege 20ste eeuw.

De Staatsopera heeft een uitspringende hoofdingang met daarboven een loggia en in nissen aan weerszijden daarvan staan de beelden van Franz Liszt en Franz Erkel. In het bovenste deel van het gebouw is een balustrade met beelden van vele componisten.

De prachtige St. Stephansbasiliek is voltooid in 1906 en ingehuldigd door keizer Frans Jozef. Op het fronton boven het voorportaal prijkt Maria, omgeven door Hongaarse heiligen. De kerk heeft de vorm van een Grieks Kruis. De koepel is getooid met mozaïeken en verder veel goud en marmer. In de Heilige Rechterhandkapel staat de gemummificeerde onderarm van koning István I.

De Kettingbrug wordt ook Széchenyibrug genoemd, naar graaf István Széchenyi. Deze jonge edelman en aanvoerder van de huzaren hoort in december 1820 dat zijn vader gestorven is in Boeda. In Pest wil hij de veerpont nemen naar de overkant, maar omdat de Donau dichtgevroren is, kan er niet overgevaren worden. Hij moet dagenlang wachten en tijdens het oponthoud komt hij op het idee om een brug te bouwen over de rivier. Twee brugpijlers in de vorm van een triomfboog zijn verbonden door tuikabels. Aan weerszijden wordt het bruggenhoofd door stenen leeuwen op een hoge sokkel bewaakt.

Erzsébethváros

Hongarije heeft een rijke joodse geschiedenis. In deze voormalige joodse wijk hangt een heel speciale sfeer door de vele bijzondere monumenten en bezienswaardigheden.

Grote Synagoge van de Dohánystraat: De grootste synagoge van Europa werd tussen 1854 en 1859 gebouwd in Byzantijns-Moorse stijl. Dit fraaie bouwwerk met kleurrijke bakstenen en tegelversiering heeft twee torens met uivormig dak. Twee houten galerijen sieren het bijzonder statige interieur, waar twee enorme kandelaars, elk met een gewicht van 1,5 ton voor verlichting zorgen. Bij het betreden van de rijkelijk versierde synagoge valt meteen de blik op het mooie plafond en de ark des verbonds, de plaats waar de Thora-boeken, de heilige geschriften van het Jodendom, bewaard worden. In het Joods Museum zie je religieuze objecten, handschriften, textiel en schilderijen. De geschiedenis van de joodse gemeenschap in Hongarije, de joodse tradities en de Holocaust worden hier verteld.

Het Raoul Wallenberg-monument staat bekend als de treurwilg en is te vinden op Wesselényi utca. Deze zilveren sculptuur werd in 1987 opgericht ter ere van de Hongaarse joden die om het leven kwamen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Zweedse diplomaat Wallenberg zette toen zijn leven op het spel om duizenden joden te redden van de vernietigingskampen. Na de bevrijding van Boedapest door het Rode Leger werd Wallenberg meegenomen naar Rusland, waar hij verdween. Pas in 2000 werden de omstandigheden van zijn verdwijning opgehelderd toen de Russen uiteindelijk toegaven dat hij op bevel van de Sovjetoverheid terechtgesteld was.

Carl Lutz-monument: In Dob utca staat dit eigenaardige monument dat een liggende man verbeeldt die probeert op te staan en daarbij de hulp inroept van een engel die naast hem opduikt. Carl Lutz was een Zwitserse gezant die, net als Wallenberg, zijn eigen leven in gevaar bracht om talloze joden te redden.

De Rumbachsynagoge is een fraaie synagoge die dicht moest aan het eind van de Tweede Wereldoorlog, maar heropende zijn deuren voor het publiek in 2006. Het gebedshuis is gebouwd tussen 1869 en 1872. Veelkleurige bakstenen sieren de gevel van het gebouw, dat op minaretten gelijkende torens bezit, ook bij de Grote Synagoge is dat het geval. Het achthoekige, rijkelijk versierde interieur is helemaal in Moorse stijl.

Holocaust Herdenkingscentrum: Dit is een museum en een onderzoekscentrum. Onder de vorm van een moderne en schokkende museumopstelling met geluidsopnames, filmvoorstellingen, infozuilen, foto’s en kaarten wordt de Hongaarse Holocaust op schokkende wijze in beeld gebracht, van de ontzetting uit de burgerrechten van Joden en zigeuners, tot hun uitroeiing. In de synagoge worden wisselende tentoonstellingen gehouden.

Elders in de stad (vlakbij metrohalte Oktogon) heb je het Huis van de Terreur: Dit gedachteniscentrum is uniek in zijn soort. De confrontatie met de onderkant van de dictatuur is namelijk schokkend en veel Hongaren aarzelen nog om het te bezichtigen. In 1944 was dit pand, samen met de omliggende huizen, het hoofdkwartier van de Hongaarse nazi’s, en van 1945 tot 1956 huisde hier de communistische geheime politie, de AVO en ÀVH. De bezichtiging gaat van start op de tweede etage, waar aan de hand van een doelmatige museumopstelling (propaganda-affiches, uniformen, films, geluidsopnames, getuigenissen, lichtspelen en persoonlijke bezittingen) een overzicht wordt gegeven van die pijnlijke, duistere jaren. De reconstructie van een deportatietrein en een verhoorzaal laat je de plaats des onheils ervaren en het toen heersende klimaat: huiveringwekkend! Met de lift wordt dan zeer langzaam afgedaald naar het souterrain, terwijl een beul vertelt wat er van hem verwacht werd. Op de kelderverdieping werden folterkamers nagebouwd, zoals een cel waar het water bleef stijgen. In werkelijkheid wordt niets expliciet getoond, maar het idee bezorgt je kippenvel. In de laatste zaal tonen amateurfilms het vertrek van het Rode Leger: de gezichten van de Russische soldaten spreken boekdelen. Het is alsof ze helemaal niet beseffen wat ze gedaan hebben en waarom ze opnieuw vertrekken.

Budavári Palota (Koninklijk Paleis)

Het Koninklijk Paleis is zeer imposant op de Burchtheuvel boven de Donau. Oorspronkelijk werd dit zogenaamde Burchtpaleis opgericht in de 13de eeuw, maar het onderging ingrijpende wijzigingen onder de Habsburgers en na de Tweede Wereldoorlog is het herbouwd. Op het neobarokke, smeedijzeren sierhek rond het kasteel prijkt een enorme roofvogel met gespreide vleugels en een zwaard tussen zijn klauwen. Het is de mythische turul, het symbool van de Magyaren dat heel vaak wordt afgebeeld. De barokgevel van het koninklijk paleis strekt zich over een lengte van ruim 300m uit boven de Donau. In het midden rust een koepel op een reeks gekoppelde zuilen. Op het uitgestrekte uitzichtterras zie je het ruiterstandbeeld van Eugenius van Savoye. De sokkel verbeeldt de slag bij Zenta (1697), die beslissend was in de strijd tegen de Turken. Volg de promenade tot het plateau boven de rivier: daar heb je een schitterend uitzicht. Van links naar rechts zie je hier duidelijk het Margaretha-eiland, het Parlement, de Kettingbrug, de Sint-Stefansbasiliek, de Elizabethbrug en de Vrijheidsbrug, en in de verte zijn de Gellértheuvel, de Citadel en het Bevrijdingsmonument te zien.

Volg de doorgang rechts van de ingang tot de Nationale Galerie. Midden op het plein zie je het standbeeld van een stalknecht, maar de grootste bezienswaardigheid is de Matthiasfontein. De bronzen beeldengroep toont de koning tijdens de jacht. In 1458 koos de Rijksdag Matthias als eerste nationale koning van Hongarije. Links voorbij de fontein leidt de Leeuwenpoort (Oroszlános kapu) naar een binnenhof. De poort dankt haar naam aan de vier stenen leeuwen die haar bewaken. Ga in het midden van dit mooie plein staan voor een goed overzicht van de statige gebouwen. In het midden rechts bevindt zich de Nationale Széchenyi-bibliotheek, de grootste bibliotheek van het land, in 1802 gesticht. Achter in de binnenhof staat de vleugel van het Historisch Museum van Boedapest. Loop de trap af naar de zuidelijke muur en de Knotstoren (Buzogány-torony) met kegelvormig dak, een overblijfsel van de Middeleeuwse versterkingen. Via een poort in de vestingmuur, de Ferdinandpoort, loop je naar buiten. Hier is ook de Barbacane, een 14de-/15de-eeuwse halfronde galerij te zien. Achter de tuinen ligt de Tabánwijk.

Hongaarse Nationale Galerie: Dit museum is helemaal gewijd aan de Hongaarse schilder- en beeldhouwkunst van de Middeleeuwen tot de 20ste eeuw. De verzamelingen zijn er verdeeld over vier etages. In de voormalige troonzaal vind je mooie laatgotische retabels uit de 15de en vroege 16de eeuw.

Historisch Museum van Boedapest: In de zalen komen archeologie, middeleeuwen en moderne tijden aan bod, naast de bouw van het koninklijk paleis. Dat gebeurt aan de hand van allerlei collecties, zoals juwelen, keramiek, resultaten van opgravingen en alledaagse voorwerpen. Bijzonder is op de begane grond de zaal met gotische sculpturen. In de lagergelegen gedeelten en het souterrain zie je het middeleeuwse deel van het Burchtpaleis. De mooie spitsbooggewelven dateren uit de tijd van Sigismund van Luxemburg, die van 1387 tot 1437 koning was. Let op de indrukwekkende grote zaal met tegelkachel. Drie openingen brengen licht in de koninklijke kapel, die getooid is met een drieluik. Het gebouw dateert uit de 14de eeuw, toen de koningen van Anjou regeerden.

Voor de hoofdingang van het Koninklijk Paleis strekt zich een plein uit met allemaal bijzondere gebouwen. In het neogotische Sándorpaleis, de voormalige woning van de eerste minister, zijn nu het kantoor en de woning van de president ondergebracht. Het Burchttheater of Nationaal Danstheater met rococogevel is een voormalig karmelietenklooster.

Gödöllö

Niet al te ver van Boedapest, goed bereikbaar met de trein, ligt dit dorp vooral bekend door het paleis.

Koninklijk Paleis:

Met een park van 28ha is het 1700 m² grote koninklijke kasteel het belangrijkste barokkasteel van Hongarije. Een stenen brug leidt naar de hoofdgevel, voorzien van een uitbouw met koepel en een fraai smeedijzeren balkon op vier roodmarmeren dubbelzuilen met Ionische kapitelen. Centraal op de balustrade prijken de wapens van de Grassalkovichs. Het kasteel telt zeven vleugels die aan de achterkant van het hoofdgebouw loodrecht in elkaar haken. Er is een tentoonstelling die hulde brengt aan Sisi, er is een afdeling over de baroktijd en er is een baroktheater.

Ben jij al eens in Boedapest geweest?

Summary
Review Date
Reviewed Item
Stedentrip Boedapest; overzicht bezienswaardigheden en interessante plaatsen en uitjes in de omgeving
Author Rating
51star1star1star1star1star
Astrid

Astrid

Hoi, ik ben Astrid, bouwjaar 1983. Ik heb de lerarenopleiding geschiedenis en Mens & Maatschappij gedaan en lesgegeven op middelbare scholen in de vakken geschiedenis en aardrijkskunde. Mijn hobbies zijn lezen, reizen en alles wat met kunst en geschiedenis te maken heeft. Verder volg ik graag sport, zoals tennis, turnen en voetbal.
Ik schrijf voor Mamaliefde een wekelijkse reisblog over reizen en uitstapjes die ik zelf gemaakt heb, met de speciale nadruk op kunst en geschiedenis. Ook verzorg ik de taal van alle blogs die gepubliceerd worden.
Astrid

No Comments

Enroll Your Words

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

To Top