In de zomer als het zonnetje schijnt is het natuurlijk heerlijk om op pad te gaan. Lekker naar het bos, of ergens een strandje opzoeken, gewoon de natuur in. Je hebt niet veel nodig en je hoeft ook niet diep in de buidel te tasten. Toch is het een aanrader om als je de natuur in gaat goed op te letten. Controleer na afloop bijvoorbeeld op een tekenbeet. Ook tijdens het verblijf is het goed om alert te blijven en de kinderen bijvoorbeeld te leren wat een berenklauw is en dat ze daar vooral heel ver vandaan moeten blijven. Bij brandnetels of distels ontstaat er direct een prikkel waardoor ze afstand zullen houden, maar een berenklauw met zijn enorme bladeren ziet er een stuk onschuldiger uit. Maar schijn bedriegt!

Wat is berenklauw?

De berenklauw is een gevaarlijke en stevige plant die behoort tot de schermbloemenfamilie. Met zijn mooie witte bloemen ziet hij er misschien onschuldig uit, maar hij kan veel last veroorzaken. Hij verdringt inheemse planten en produceert stoffen die bij aanraking voor ernstige brandwonden kunnen zorgen. Berenklauw kan teruggevonden worden op voedselrijke grond langs snelwegen, spoorlijnen, waterlopen en in bossen en parken, maar ook in tuinen en in stedelijke omgevingen. In ons land komen er twee soorten voor: de Heracleum sphondylium oftewel de gewone berenklauw en de Heracleum mantegazzianum, beter bekend als de reuzenberenklauw.

Berenklauw herkennen

De gewone berenklauw kan een hoogte van tussen de 90 en de 150 centimeter bereiken (met uitschieters tot wel twee meter). Zijn groene stengels zijn kantig en gegroefd en hij heeft grote, gekartelde bladeren. De gehele plant heeft ruwe brandharen die de huid kunnen irriteren of zelfs brandwonden kunnen veroorzaken. Let op voor het sap dat deze plant afscheidt. Het sap kan huidirritatie geven, maar deze klachten zijn doorgaans van kleinere aard dan de klachten die de reuzenberenklauw kan meegeven.

Met zijn drie tot vijf meter hoogte heeft de reuzenberenklauw zijn naam niet gestolen. Hij heeft net als de gewone berenklauw brandhaartjes. Hij onderscheidt zich van de gewone berenklauw door de rode vlekken op zijn stengels. De plant is te herkennen aan zijn grote bladeren met een diepe uitlijning. Brandwonden en blaren behoren tot de klachten die het sap teweeg kan brengen.

Van juni tot oktober bloeien de planten met witte bloemen die in de vorm van regenschermen groeien.

Symptomen na aanraking

De haartjes van de gewone berenklauw kunnen voor irritatie en jeuk zorgen. Dit wordt erger bij blootstelling aan zonlicht. In extremere gevallen kunnen lichte brandblaren ontstaan. Meestal verschijnen de eerste tekenen pas na 24 uur.

De reuzenberenklauw veroorzaakt veel meer last. De huid kan verwond worden door de stijve haren, die na contact afbreken. Hierdoor komt sap vrij dat bij blootstelling aan zonlicht tot ernstige gevolgen kan leiden. Ongeveer 24 uur na contact met het sap ontstaan rode, jeukende vlekken of blaasjes. Enkele uren hierna kunnen grote blaren ontwikkelen, die lijken op ernstige brandwonden. Na genezing, die één tot twee weken duurt, kunnen littekens ontstaan en kan de huid bruin verkleuren. Let op dat het sap niet in contact komt met je ogen, want daar kun je permanent blind van worden.

Behandeling na aanraking

Was de plek van aanraking onmiddellijk en overvloedig met lauw water en eventueel zeep. Bij contact met de ogen moet je ze met veel water spoelen. Vermijd blootstelling aan zonlicht om blaarvorming te voorkomen. Heb je toch brandblaren, behandel deze dan als gewone brandwonden. Spoel ze met lauw water en dek ze af met een niet-klevend verband. Ook brandwondenzalf kan hier helpen. Bij uitgebreid contact met de huid en/of uitgebreide blaarvorming neem je best contact op met je huisarts.

Kinderen en honden

Een kind begrijpt van nature niet hoe gevaarlijk berenklauw kan zijn. Leer hen hoe ze de plant kunnen herkennen en leg hen uit wat de gevaren zijn. Op die manier bescherm je hen niet alleen, ze leren ook iets bij over fauna en flora. Als je kinderen vaak in de bossen spelen, trek je hen best kleding aan die de ledematen bedekken. Beter voorkomen dan genezen!

Wees ook alert bij het uitlaten van je hond dat hij niet te dicht bij berenklauw komt. Voor een hond is berenklauw even gevaarlijk als voor de mens. Heeft hij toch aan berenklauw gesnuffeld, kun je hem best zo snel mogelijk wassen met water en hondenshampoo, en enkele dagen zonlicht mijden. Soms heb je niet in de gaten dat je hond berenklauw heeft aangeraakt, en zie je plots een heftige ontstekingsreactie op zijn neus. In dit geval kun je best naar de dierenarts gaan.

Bestrijdingsmethodes

Als de plant op gemeentegrond groeit, bijvoorbeeld een park of een speeltuintje, kun je contact opnemen met je gemeente. De groendienst kan de plant dan veilig weghalen.

Heb je berenklauwen in je eigen tuin? Bescherm jezelf dan tegen het sap. Draag waterbestendige kledij, want het sap kan zo door gewone kleding heen dringen. Zorg dat je hele lichaam bedekt is. Draag laarzen, handschoenen, mondmasker en een beschermende bril. Reinig achteraf je materiaal met water.

Hoe eerder je begint met de bestrijding, hoe beter. De plant is het beste te verwijderen wanneer hij nog niet volgroeid is.

Afsteken

In het vroege voorjaar kun je jonge scheuten afsteken bij de wortel, vlak onder het groeipunt. Dit is ongeveer 15 tot 20 cm onder de grond. Vanaf dat punt groeien de stengel en bladeren aan. Als je het groeipunt op de juiste manier raakt, scheid je hem af van wortel, waardoor de plant sterft. Herhaal dit telkens wanneer een een nieuwe scheut opkomt. Deze methode is het meest effectief, maar ook erg arbeidsintensief. Hij is daarom minder geschikt voor grotere hoeveelheden planten.

Afmaaien

Je kan de plant ook afmaaien. Je begint best dan begin mei en moet dit minstens 5 keer per groeiseizoen herhalen. Zo voorkom je dat de planten in noodbloei gaan: versneld nieuwe scheuten vormen om alsnog te bloeien. Het is nodig om dit meerdere jaren te herhalen, totdat er geen zaadvoorraad meer in de grond zit.

Begrazing door vee

Op grote groeiplaatsen wordt vaak vee ingezet ter bestrijding van de berenklauw. Intensieve begrazing zorgt er na meerdere jaren voor dat de zaadvoorraad in de bodem wordt uitgeput. Schapen, geiten en grote grazers zijn hiervoor het beste. Ze houden de planten kort, waardoor ze niet kunnen bloeien en dus geen zaden kunnen verspreiden.

Redactie Mamaliefde
Latest posts by Redactie Mamaliefde (see all)