De hoofdstad van Drentje is Assen en ligt in een esdorpenlandschap. Na 1900 is de ontwikkeling van Assen in een stroomversnelling geraakt. In de periode voor de Tweede Wereldoorlog groeide de werkgelegenheid en daarmee het inwonertal tot ongeveer 22.000 mensen. Na 1945 verdubbelde dat aantal. De stad is niet zo bekend, maar erg leuk om te bezoeken. Ook leuk te combineren met een (kampeer/fiets)vakantie in Drenthe.

de Brink

Aan de Brink staan een paar belangrijke gebouwen, zoals het voormalige Gouvernementsgebouw (nu Drents Museum), het Drents Archief en de Abdijkerk. Iets noordelijker staat het grote neoclassicistische Paleis van Justitie, met als opschrift: Sine justitia nulla libertas (Zonder gerechtigheid geen vrijheid). In 1892 werd langs de Vaart de Johan Willem Frisokazerne gebouwd, die nog steeds in gebruik is.

De Brink is het voormalige voorhof van het klooster Maria in Campis, dat zich in de 13e eeuw hier vestigde. Assen werd een esdorp rond de brink. De Brink bestaat uit twee grasvelden en meerdere bomen. Lucas Pieters Roodbaard richtte de Brink in 1844 in als wandelpark. De Kloosterkerk is onder meer Hervormde kerk, gemeentehuis en politiebureau geweest. Een aantal van deze gebouwen wordt nu gebruikt door het Drents Museum. Het hoofddeel van het museum is gevestigd in het Gouvernementsgebouw. Op de Brink zie je een aantal kunstwerken: Provinciaal gedenkteken (Willem Valk, 1951), De cultuurdrager (Charles Hammes, 1962), De Kuiper (Onno de Ruijter, 1984) en de Boombank (Jurgen Bey, 2013).

Huize Tetrode (1822)

Het huis is gebouwd in neoclassicistische stijl en heeft beschilderde wandbespanningen. Opdrachtgever was notaris mr. Anthonij Homan. Het huis is vernoemd naar de familie Tetrode, die het van 1825 tot 1930 bezat. Het werd onder meer bewoond door mr. George Maynard Tetrode (1822-1912), president van de rechtbank in Assen. In 1930 werd het in gebruik genomen als gemeentehuis. De gemeente verhuisde in 1995 naar de Noordersingel. Het gebouw werd aangekocht door de provincie Drenthe. Vanaf 2012 is het pand in gebruik bij diverse organisaties.

Gouvernementsgebouw & Drents Museum

Het Gouvernementsgebouw is gebouwd in 1885 en was het provinciehuis van Drenthe. In het gebouw vind je nu het Drents Museum.
Na de slag bij Ane in 1227 werd het cisterciënzer klooster Maria in Campis bij Coevorden gesticht, als boetedoening voor het overlijden van bisschop Otto van Lippe. Na ruiling van bezittingen in 1259 werd een nieuw kloostercomplex gebouwd op een zandrug die uitgroeide tot het huidige Assen. Door de reformatie werd het klooster in 1602 opgeheven. Een deel van het kloostergebouw werd daarna gebruikt voor vergaderingen van het bestuur van het Landschap Drenthe. In de loop van de 17e eeuw werd ook de Etstoel in het gebouw gevestigd, voorloper van het Hof van Justitie. Het gebouw werd in de 18e eeuw verhoogd. De woning van de abdis werd in gebruik genomen door de rentmeester, die de voormalige kloostergoederen beheerde, en later vervangen door het Drostenhuis.

Drenthe had tijdens de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden geen vertegenwoordiging in de Staten-Generaal. Pas bij de oprichting van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in 1815, werd het een volwaardige provincie. De titel ‘gouverneur’ werd in 1850 vervangen door ‘commissarissen van de Koning(in)’. Het Drostenhuis was tot de Tweede Wereldoorlog de ambtswoning van de opvolgende drosten, gouverneurs en commissarissen.

De Abdijkerk bleef na de reformatie als kerk in gebruik. Toen in 1848 de Jozefkerk klaar was, werd het gebouw echter ingericht als gemeentehuis. Tot 1907 was er ook het politiebureau gevestigd. De Abdijkerk werd in 1936 verkocht aan het Rijk. In het linkerdeel van het Gouvernementsgebouw werd de werkkamer van de commissaris van de Koning ingericht. In het glas-in-lood van de erker zijn de namen van de opeenvolgende commissarissen te lezen. Het gedeelte tussen de werkkamer en de entree bestond uit kantoren. In het hogere deel rechts van de monumentale hal en entree werd op de begane grond een balzaal ingericht, die was bedoeld voor recepties en feestelijke bijeenkomsten. Op de bovenverdieping was de vergaderzaal van Gedeputeerde Staten. In het hele gebouw zijn decoratieve schilderingen en elementen te vinden. Zowel op het tegelwerk als de glas-in-loodramen komt de D van Drenthe terug.

In Statenzaal, op de bovenverdieping van de uitbouw, zijn onder meer vijf schilderingen. Ze verwijzen naar de Drentse geschiedenis en tonen de bouw van hunebedden, de prediking van Willehad, de verovering van Drenthe door Karel de Grote, de schenking van Drenthe van keizer Hendrik III aan bisschop Bernold van Utrecht en de voorbereiding van het landrecht in de 17e eeuw. Opvallend is dat juist de slag bij Ane ontbreekt, die uiteindelijk aanleiding was voor de stichting van het gebouwencomplex in Assen. Op de glas-in-loodramen en de wanden in de Statenzaal zijn de namen te lezen van de toenmalige dertig Drentse gemeenten. Op de reliëfs in de gevel zie je het wapen van Drenthe boven de entree en de portretmedaillons van koning Willem III en koningin Emma aan weerszijden van het wapen van het Koninkrijk der Nederlanden in de geveltop. Zowel binnen als buiten komt in de decoratie het eikenbladmotief terug. In 1949 werd in het centrale trappenhuis een gedenkraam geplaatst, als dank van Limburgse evacués die in de hongerwinter werden opgevangen in de provincie Drenthe.
Het linker geveldeel loopt uit in een tuitgevel met schilddak, die wordt bekroond door een windwijzer. In de geveltop zijn klimmende rondboogvensters geplaatst. Tussen beide verdiepingen is een beschilderde fries te zien, met in hoogreliëf allegorische voorstellingen van de scheepvaart, de wetenschappen, landbouw en veeteelt, de kunsten en de vervening. De kruisvensters hebben allemaal een bovenraam met gebrandschilderd glas. Op de benedenramen zijn muzen afgebeeld, die staan voor de bloemen, de maaltijd, de dronk, de vruchten, de muziek, de voordracht, de dans en het spel. Langs de trap zie je wandtegels met het Nederlands wapen en de oranje D van Drenthe.
In het interieur is grotendeels de originele indeling en decoratie terug te zien. Het plafond heeft schilderingen en houtsnijwerk. In de vestibule staan ronde zuilen met kapitelen.

Het museum heeft een grote vaste collectie over de prehistorie van de provincie Drenthe met vaste en wisseltentoonstellingen. Ook zijn er veenlijken te bezichtigen zoals het meisje van Yde en het paar van Weerdinge. Er zijn vondsten uit de trechterbekercultuur te vinden, en ook de oudste boot ter wereld, de Kano van Pesse, is in het museum te vinden. Het museum heeft ook een vaste collectie van figuratieve kunst, vooral het noordelijk realisme, met vertegenwoordigers van de vierde generatie van ‘De Groep’ (met werk van o.a. Henk Helmantel, Matthijs Röling, Sam Drukker, Douwe Elias, Barend Blankert, Alfred Hafkenscheid, Eddy Roos en Berend Groen). Deze verzameling omvat vele honderden werken en is daarmee één van de belangrijkste collecties op dit gebied in Nederland.

In 2017 werd de collectie van de Stichting Schone Kunsten rond 1900, sinds 1983 ondergebracht bij het museum, hun eigendom. De collectie Nederlandse kunst- en kunstnijverheid 1885 – 1935 bevat daarmee werken van onder anderen Chris Lebeau, Vincent van Gogh, Jan Eisenloeffel, Jan Toorop en Jan Sluijters. In de speciaal ingerichte stijlkamers in het Ontvangershuis is te zien hoe welgestelde Drentse families in vorige eeuwen geleefd hebben.

Meer informatie vind je hier.

Ontvangershuis

Het Ontvangershuis is het oudste woonhuis in Assen. Het huis aan de Brink was van oorsprong één van de gebouwen van het klooster Maria in Campis. Mogelijk was het in gebruik als priesterwoning. Het huis heeft een 15e-eeuws keldergewelf. Vanaf de 17e eeuw was het in gebruik bij de ontvangers-generaal van Drenthe. Bij de stadsbrand van 1676 werd het gebouw voor een groot deel verwoest. Vanaf de 18e eeuw woonden de ontvangers ergens anders in de provincie. Zij gebruikten het Ontvangershuis als kantoor en logeerhuis voor hooggeplaatste gasten als stadhouders. Petrus Hofstede liet het gebouw in 1809 opknappen voor het bezoek van koning Lodewijk Napoleon Bonaparte.
Niet veel later kwam het huis in particuliere handen. Gerrit Kniphorst woonde er vanaf 1822 met zijn gezin. In 1853 werd het huis door de gemeente Assen gekocht van de erven Kniphorst. Tot 1888 was er een meisjesschool gevestigd. Na een serie van particuliere eigenaren, het huis zelfs werd gesplitst, kwam het in 1955 in het bezit van de provincie Drenthe. Tussen 1957 en 1959 werd het gerestaureerd, waarna het in gebruik werd genomen door het Drents Museum. In het huis zijn tegenwoordig diverse stijlkamers ingericht.

De 18e-eeuwse tuin werd ingericht door Lucas Pieters Roodbaard. Je ziet er beelden die van elders afkomstig zijn, waaronder een beeld van Amor en Venus dat voorheen behoorde tot de Righetti-beeldengroep. Het hek (1756) komt van havezate Laarwoud in Zuidlaren. Achter het huis staat het beeld van Bartje.

Bartje Bartels is de hoofdfiguur uit de boeken van Anne de Vries. Het is een jongetje dat opgroeit in een arm Drents landarbeidersgezin. Bartjes beroemd geworden uitroep als moeder bruine bonen opschept, en vader oproept tot gebed: “Ik bid niet veur brune bonen” is exemplarisch.

Anne De Vries was onderwijzer in Zeist, toen in 1935 zijn jeugdroman “Bartje” werd uitgegeven. Het was geen beschrijving van zijn eigen jeugd in Drenthe, maar veel van de gebeurtenissen en omstandigheden heeft hij om zich heen gezien. Hij slaagt erin de onbezorgdheid van de jeugd helder neer te zetten; ondanks de armoede en zorgen van het arbeidersgezin onderneemt de hoofdpersoon allerlei kwajongensstreken. Het gezin komt in nog diepere armoede terecht wanneer vader Bartels, in opstand gekomen tegen zijn boer, zijn werk verliest nadat Bartje en diens broer Arie een streek hebben uitgehaald met boerenzoon Sikko. Bartje werd vertaald in het Duits, Zweeds, Fins, Deens, Noors, Tsjechisch en Hongaars.

Op 4 september 1954 werd in de tuin achter het oude gemeentehuis het beeld van Bartje onthuld. Het beeld werd gemaakt door Suze Boschma-Berkhout. Omdat dit stenen beeld regelmatig werd vernield, werd door de beeldhouwster in 1981 een nieuw, bronzen beeld gemaakt. De stenen versie verhuisde naar de hal van het gemeentehuis. Sinds juni 2013 staat het in de Kloostergang van het Drents Archief aan de Brink. Hier bevinden zich ook de originele manuscripten van het boek.

In veel Drentse huishoudens staat ook een of meerdere beeldjes van Bartje, in de vorm van een miniatuurversie van het oorspronkelijke beeld. Ook in Madurodam staat een miniatuur van het beeld van Bartje.

Al enkele jaren viert Bartje zijn verjaardag in Assen. Vrijwel ieder jaar gebeurt dit op de eerste zaterdag in september, meestal op het Koopmansplein in het centrum. In tegenstelling tot wat gebruikelijk is, viert Bartje ieder jaar zijn twaalfde verjaardag. Het gratis feest is bestemd voor kinderen tot 13 jaar. Voor de kinderen worden diverse activiteiten gehouden, maar dat gebeurt pas, nadat Bartje is toegezongen. De activiteiten lopen uiteen van een kindershow, Bartjes Kinderboerderij, ballonnenwedstrijd, luchtkussens, gratis slush puppy of ranja, suikerspinnen en nog veel meer… In 2010 vierde Bartje zijn verjaardag aan de ‘Kop van de Vaart’, in verband met het stadsthema ‘Assen Vaar(t)jaar’. Rond dat thema konden de kinderen tijdens de verjaardag van Bartje ook een zeilclinic volgen en meedoen met kanopolo. Verder was er een badeendenrace en wedstrijden spijkerbroekhangen en kussengevechten.

Telegraafkantoor

Het Telegraafkantoor is gebouwd in 1874 is een voormalig kantoor voor telegrafie. Het werd gebouwd ter vervanging van een eerder telegraafkantoor op deze plaats uit 1854. Later kwam ook het postkantoor in dit pand. Het gebouw staat op een rechthoekige plattegrond, heeft drie bouwlagen en een zadeldak. Het is gebouwd in een sober neogotische stijl. Bijzonder is de symmetrische indeling van de voorgevel, die alleen wordt onderbroken door de entree. De entree is aan de linkerkant aan de voorzijde van het gebouw geplaatst boven een hardstenen stoep met een klein bordes. Je ziet een gietijzeren roosvenster en romaanse kapitelen. De middenpartij van de voorgevel wordt beëindigd door een fries. Het gebouw werd al snel te klein en in 1895 werd een nieuw Post- en Telegraafkantoor gebouwd aan de Zuidersingel. Het pand aan de Brink is sindsdien gebruikt als Rijks Dagnormaalschool, bibliotheek en jongerencentrum.

Landgoed Overcingel

Johannes van Lier, ontvanger-generaal van Drenthe, bewoonde met zijn gezin het Ontvangershuis. In 1777 liet hij door architect Abraham Martinus Sorg een nieuw herenhuis bouwen buiten het stadscentrum, aan de andere kant van de Oostersingel. Aan deze ligging dankt het landgoed haar naam Overcingel. Herman Hubert van Lier, kleinzoon van de stichter, erfde het landgoed in 1823 samen met zijn broer Johannes Henricus Petrus en werd na zijn overlijden in 1824 enig eigenaar. Hij liet de tuin herinrichten in de Engelse landschapsstijl. Notaris Hendrik van Lier erfde het huis van zijn vader in 1863. De familie heeft het landgoed op 2 september 2019 geschonken aan stichting “Het Drentse Landschap”. Het tegenwoordige landgoed is ongeveer 5 hectare groot, maar het was veel groter. In de 19e eeuw strekte het landgoed zich uit van de Rolderstraat tot aan het Oosterhoutje. Onder andere door de aanleg van het spoor, de Stationsstraat en het oude gebouw van het Wilhelmina Ziekenhuis werden delen van het landgoed afgehaald.

De tuin is tegen betaling te bezoeken.

Kloosterkerk

De kloosterkerk, of abdijkerk, hoorde bij het cisterciënzer nonnenklooster Mariënkamp. Uit een oorkonde uit 1276 vermeldt het bestaan van het klooster, maar waarschijnlijk was het al in 1260 in Assen gevestigd. In 1596 kreeg Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg, stadhouder van Friesland, opdracht van de Staten Generaal om in Drenthe de reformatie in te voeren, waardoor er geen rooms-katholieke diensten meer mochten worden gehouden.

Het gebeurde niet, want in 1601 stortte de toren in, waardoor de kerk zwaar beschadigd was en voor gebruik ongeschikt was. In 1662 werd de kloosterkerk weer opgebouwd. Alleen de middeleeuwse zuidmuur bleef staan. De kerk werd met een lengte van 25 meter veel kleiner dan de oorspronkelijke kloosterkerk, die zeker 40 meter lang was.

In 1810 werd in de kerk een galerij gebouwd en in 1817 werd het gebouw aan de oostzijde uitgebreid met een koorsluiting die het gebouw ca. 12 meter langer maakte. Maar door de groei van het inwonertal van Assen werd de kerk te klein. In 1848 werd de nieuwe Grote Kerk aan het kerkplein in gebruik genomen en werd de kloosterkerk aan de gemeente Assen verkocht.

De toren van de kloosterkerk stond centraal in de ruimtelijke ontwikkeling van Assen in 1780. Zowel de Hoofdlaan door het Asserbos als de laatste 1,5 km van de Drentse Hoofdvaart zijn zo uitgetekend, dat de assen daarvan precies op de toren van de kloosterkerk zijn gericht. Bij de restauratie van de kloosterkerk is de toren opnieuw midden op de kerk geplaatst en voorzien van een luidklok. Hierop staat de volgende tekst:

Ik ben zonder abdis,
nu het boek gesloten is,
en het bestuur is heengegaan,
de muzen toegedaan.

Kerken in Assen

Andere kerken in Assen zijn;

  • De Jozefkerk is was tot 1964 de Grote Kerk. De kerk is een zogeheten Waterstaatskerk. Typerend voor de gebruikte neoclassicistische stijl zijn de hang naar symmetrie, de boogramen, de gepleisterde binnenmuren en het kruisgewelf.
  • De Hervormde Gemeente kerkt al vanaf het begin van de 17e eeuw in de Kloosterkerk. Door de groei van het aantal inwoners en kerkleden werd deze kerk te klein. Koning Willem II werd in 1841 gevraagd om een bijdrage voor een nieuw gebouw. Pas in 1845 kon de nieuwbouw daadwerkelijk beginnen. In 1910 werd de kerk getroffen door bliksem, de toren brandde grotendeels af. Een jaar later kon de toren worden herbouwd. In 1848 werd het orgel van de Kloosterkerk in het nieuwe gebouw geplaatst. Dit orgel was dertig jaar eerder vermoedelijk gemaakt door Petrus van Oeckelen uit Glimmen. In 1896 werd het vervangen door een orgel van de orgelmakers L. van Dam en Zn. uit Leeuwarden.

Cultureel centrum De Nieuwe Kolk

In 2012 werd het cultureel centrum De Nieuwe Kolk geopend door prinses Margriet. Dit gebouw bevat onder andere vijf bioscoopzalen, theaterzalen, de openbare bibliotheek, een appartementencomplex en een ondergrondse parkeergarage.

Meer informatie vind je hier.

TT-Circuit Assen

Het TT Circuit Assen (ook bekend onder de naam Circuit van Drenthe en The Cathedral of Speed) is een in Assen, (Nederland) gelegen circuit, dat gebruikt wordt voor onder meer de MotoGP TT Assen, WK Superbike, het Brits kampioenschap superbike en de DTM. Tussen 1925 en 1954 werden de wedstrijden op een stratencircuit verreden. Sinds 1955 ligt er een permanent circuit.

De eerste race werd georganiseerd door ‘Motorclub Assen en Omstreken’ op 11 juli 1925 over een parcours met een lengte van 28,4 kilometer. Niet over een glad gestreken circuit, maar over klinkerwegen tussen Drentse dorpen. Tijdens deze eerste race was er zelfs een stuk onverharde weg in het traject opgenomen. De route liep over Borger, Schoonloo en Grolloo. Deze eerste race werd gewonnen door Piet van Wijngaarden op een 500 cc Norton met een gemiddelde snelheid van 91,4 kilometer per uur. In 1955 werd het vernieuwde circuit met een lengte van 7705 meter in gebruik genomen. Dit resulteerde in een ongekend hoge aanmelding van deelnemers.

Door de hoge investeringskosten kan het TT-circuit niet meer overleven door motorraces alleen. Daarom zijn er ook andere activiteiten op het terrein. Zo is het Truckstar Festival al sinds 1980 een jaarlijks terugkerend evenement in het laatste weekend van juli. Tegenwoordig worden er naast motor- en autoraces ook concerten gehouden. In 2009 vond de proloog van de Ronde van Spanje (Wielrennen) op het circuit plaats.

Meer informatie vind je hier.

Asserbos

Het Asserbos is een stadsbos gelegen in Assen, tussen het winkelcentrum en de woonwijk Baggelhuizen. Het is één van de oudste bossen van Nederland en heeft een oppervlak van ongeveer 114 hectare. Ongeveer 10 hectare is nog oerbos. Het Asserbos is oorspronkelijk één van de wouden waarmee grote delen van Drenthe bedekt waren. In 1260 werd ten oosten van de Weiersloop het klooster Mariënkamp gebouwd, op de plaats waar nu het Drents Museum is gevestigd.  Rond 1760 begon men in te zien dat er toch wat gedaan moest worden aan het bos en besloot men akkers en heidevelden ten westen van de Bosbeek weer te bebossen. Het was Wolter Hendrik Hofstede die met dit voor die tijd omvangrijke project startte. Hofstede ontwierp een wandelgebied in de vorm van een sterrenbos, waarbij lange rechte paden elkaar in een stervorm kruisen. Het bos kent twee sterren die op een plattegrond goed te herkennen zijn. Hofstede maakte in het Asserbos twee zichtlijnen: de Hoofdlaan, die gericht is op de toren van de Abdijkerk, en de Roldertorenlaan, die in de richting van de toren van Rolde wijst. Ook werden er cirkelvormige paden toegevoegd en zo kreeg het Asserbos een parkachtige structuur.

De vijvers in het bos zijn niet direct bij de aanleg gegraven. In 1836 werd de Oude Vijver gegraven bij de Beilerstraat. De Nieuwe Vijver werd in 1895 in het kader van een werkverschaffingsproject aangelegd en die werd in 1950 vergroot, waarbij een eiland ontstond. De uitgegraven grond werd gebruikt voor het openluchttheater Tivoli, dat in 1982 weer afgebroken is. In 2006 is het opnieuw opgebouwd en wordt sindsdien weer als openluchttheater gebruikt. Verder is er in het bos een kinderboerderij en een hertenkamp. Bij de Nieuwe Vijver werd in 1939 het Hofstedemonument opgericht.

Het bos, inclusief de kinderboerderij en de hertenkamp zijn in het beheer van de gemeente Assen. Sinds 2015 staat er aan de rand van het bos het Duurzaamheidscentrum, een bijzonder architectonisch gebouw van de gemeente Assen waar Stichting Het Drentse Landschap en de gemeente samenwerken aan een breed activiteitenprogramma.

Meer informatie vind je hier en hier.

Bonte Wever – Assen

Dit hotel ligt vlak bij het Asserbos aan de rand van Assen en op 10 minuten rijden van het TT Circuit. Het biedt moderne en goed ingerichte kamers, die allemaal uitgerust zijn met airconditioning, een flatscreen-tv en een bureau. Hotel De Bonte Wever heeft een goed uitgerust zwembad met een solarium, sauna en kruidenbaden. U kunt ook genieten van ontspannende lichaamsbehandelingen of aan uw conditie werken in de fitnessruimte van het hotel. De Bonte Wever biedt verder faciliteiten voor onder meer tafeltennis, biljarten, darten en computerspelletjes. Het restaurant van het hotel serveert een à-la-cartemenu. Snacks en drankjes zijn verkrijgbaar bij de foyer en op diverse andere plekken in het hotel.

Meer informatie vind je hier.

Evenementen

Enkele jaarlijks terugkerende evenementen in Assen zijn:

Meer informatie vind je hier.

Een stukje geschiedenis

In 1259 werd het nonnenklooster Maria in Campis of Mariënkamp verplaatst van Coevorden naar een dekzandrug op de plek waar nu het centrum van Assen ligt. Het grootste deel van de toen gegraven singels is later gedempt, maar door de huidige straatnamen (Gedempte Singel, Noordersingel, Oostersingel en Zuidersingel) weet je nog waar ze waren. Het klooster werd in 1602 opgeheven, waarna het hoofdgebouw in gebruik werd genomen door het College van Gedeputeerden. Later in de 17e eeuw ontstond er een echte nederzetting binnen de singels, ongeveer een cirkel met een diameter van 300 meter. Pas laat in de 18e eeuw werd Assen uitgebreid tot buiten dit gebied. Tot die tijd stelde Assen niet veel voor, maar werd eind 18de eeuw een aantrekkelijke woonplaats voor de rijken in de provincie. Voorbeelden van opmerkelijke woonhuizen zijn Huize Overcingel en het Witte Huis.

In opdracht van Lodewijk Napoleon, die Assen als zomerresidentie koos, werd het in 1809 een stad. Daarmee is het één van de jongste steden met stadsrechten in Nederland. Van het grootse stedenbouwkundige plan dat hij liet maken door de Italiaanse architect Carlo Giovanni Francesco Giudici kwam niet veel terecht. In 1814 werd Assen hoofdstad van Drenthe.

Lees ook

Astrid