Antwerpen heeft zoveel mooie en bijzondere musea dat dit een eigen artikel verdient met compleet overzicht van wat er te zien is.

Schilderkunst

Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen

Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA) is het grootste en belangrijkste kunsthistorische museum van de stad.
De collectie laat de artistieke ontwikkelingen zien van de stad, die vooral in de zestiende en zeventiende eeuw tot de belangrijkste kunstcentra van Europa behoorde. Naast de Antwerpse en Vlaamse school zie je ook de Hollandse meesters. Het museum heeft ook diverse meesterwerken van allerlei buitenlandse scholen. De collectie met meer dan 13.000 stuks bestaat voornamelijk uit schilderijen, maar er worden ook tekeningen, prenten en beeldhouwwerken getoond.

De Vlaamse primitieven zijn goed vertegenwoordigd met onder andere Jan van Eyck, Rogier van der Weyden en Hans Memling. Van de renaissance kun je schilders zien zoals Quinten Massijs, Joachim Patinir, Frans Floris, Marten de Vos, Pieter Brueghel de Jonge, Jan Provoost, Bernard van Orley, Jan Matsijs, Joachim Beuckelaer, Pieter Pourbus, Jacob Grimmer, Jan Gossaert, Gillis Coignet en Paul Bril. Uit de barokperiode zie je uiteraard Peter Paul Rubens, Antoon van Dyck, Jacob Jordaens, Sebastiaen Vrancx, Jan Brueghel de Oude en Joos de Momper. Maar ook werken van Adriaen Brouwer, David Teniers de Jonge, Lucas van Uden en anderen. Uit de achttiende eeuw zie je bijvoorbeeld Claude Joseph Vernet en Jean-Baptiste Tency, en uit de negentiende eeuw onder andere Gustaaf Wappers, Alfred Stevens, Hendrik Leys. Er zijn ook meesterwerken van Titiaan, Jean Fouquet, Simone Martini, Hans Holbein de Jonge, Frans Hals, Gerard ter Borch, Nicolaes Maes, Rembrandt van Rijn, Jan Steen en Abraham van Beijeren. Uit de negentiende eeuw zie je Gustave Courbet, Lawrence Alma-Tadema, Alexandre Cabanel, Auguste Rodin, Breitner, Jan Toorop, Edgar Degas. Ook de twintigste eeuw is vertegenwoordigd. Van Rik Wouters, René Magritte, Karel Appel tot aan Ossip Zadkine.

Het museumgebouw ging in najaar 2011 dicht voor een jarenlange verbouwing. Ik weet niet precies wanneer ze weer opengaan. De collectie is deels verdeeld over andere musea.

Meer informatie vind je hier.

Rubenshuis

Het Rubenshuis is de voormalige woning en werkplaats van Peter Paul Rubens aan de Wapper 9-11 en al sinds 1946 ingericht is als stedelijk museum. In 1610 was Rubens getrouwd met Isabella Brant en liet hij een woning verbouwen in de toenmalige Vaartstraat, nu de Wapper. Rubens was geïnspireerd door de Italiaanse renaissancepaleizen. Ook de tuin achter het Rubenshuis werd in Vlaams-Italiaanse renaissancestijl aangelegd. Er werden bloemen, groenten en fruit gekweekt in perken omringd met een lage haag.

Naast het woonhuis richtte hij een groot atelier in, waar leerlingen grote panelen en doeken beschilderden. Je kon het best een schilderijenfabriek noemen, maar de meester stond garant voor de kwaliteit. Daardoor kon Rubens hoge prijzen vragen aan de vele buitenlandse vorsten die hij als klant had. In zijn privéatelier op de bovenverdieping maakte Rubens zelf tekeningen, portretten en kleinere schilderijen, en schreef hij brieven aan mensen in binnen- en buitenland. Er zijn ongeveer 5000 brieven bewaard gebleven in zowel Nederlands, Frans, Latijn en Italiaans.

Rubens bracht het grootste deel van zijn leven door in zijn paleis. Na zijn dood bleef zijn vrouw nog een tijd in het huis wonen. In die periode verhuurde ze het huis aan William en Margaret Cavendish, die vanwege de burgeroorlog uit Engeland vertrokken waren. Na hun vertrek in 1660 werd de woning door Rubens’ erfgenamen verkocht en opgedeeld.

In 1937 verwierf de stad Antwerpen het stadspaleis. Na de restauratie kon het Rubenshuis in 1946 voor het publiek worden opengesteld als museum. Je kunt Rubens’ stadswoning bekijken aan de hand van een handige geschreven en geïllustreerde gids. Achter het huis kom je in de tuin. Voor het Rubenshuis vind je de museumshop. Het Rubenianum, een documentatiecentrum voor de studie van Rubens en de Vlaamse kunst, kreeg een onderkomen in het Kolveniershof, in de achtertuin van het Rubenshuis.

In het museum kun je een collectie bekijken met werken van Rubens, zijn leerlingen en zijn tijdgenoten zoals Jacob Harrewijn, Alexander Adriaenssen, Frans Snijders, Willem van Haecht, Jacob Jordaens, Justus van Egmont, Matthijs van den Bergh, Jan Brueghel de Oude, Adriaen Brouwer, Otto van Veen, Abel Grimmer, Wilhelm Schubert van Ehrenberg, Anthony van Dyck en Adriaen van Utrecht.
Verder bevat het museum ook een deel van Rubens’ verzameling Romeinse beeldhouwwerken zoals de buste van Seneca, stukken uit ivoor van Georg Petel, werken in terracotta van Lucas Faydherbe, zilverwerk van Theodoor I Rogiers en rijk gedecoreerd meubilair.

Meer informatie vind je hier.

Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen

Het Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen (M HKA) vind je in een verbouwde en uitgebreide graansilo uit 1926 aan de Leuvenstraat 32. De collectie bestaat uit Belgische en internationale hedendaagse kunst vanaf 1970. Er worden jaarlijks verschillende tijdelijke tentoonstellingen gehouden. Het museum beschikt over een museumbibliotheek, archief, museumshop en het M HKAFE, een café op de bovenste verdieping.

Al in 1947 wilde de burgemeester een gebouw voor culturele activiteiten en moderne kunst oprichten. Dit bleek niet haalbaar door de slechte financiële situatie van het naoorlogse Antwerpen, maar het idee van een Antwerps museum voor hedendaagse kunst werd niet meer losgelaten. In 1970 werd het Internationaal Cultureel Centrum (ICC) opgericht in het voormalig Koninklijk Paleis op de Antwerpse Meir. Het ICC was in Vlaanderen de eerste publieke instelling voor hedendaagse kunst. Tussen 1972–1981 ontwikkelde het centrum zich tot een ontmoetingsplek voor kunst, kunstenaars en publiek. Het ICC wordt als de rechtstreekse voorloper van het M HKA gezien.

De Vlaamse Gemeenschap richtte in 1982 het M HKA op. In 1985 werd een voormalige graansilo, met 1500 m² tentoonstellingsoppervlakte, op het Antwerpse Zuid gekocht. De eerste tentoonstelling was gewijd aan het oeuvre van Gordon Matta-Clark. In 15 jaar tijd werd de verzameling uitgebreid tot ongeveer zevenhonderd werken. Het aankoopbeleid richtte zich voornamelijk op werken vanaf 1970. Er werd vooral nieuw werk uit de jaren ’80 en ’90 gekocht. In deze periode vonden tentoonstellingen plaats van gevestigde waarden als Joachim Bandau, Panamarenko, Luc Deleu en Marlene Dumas, maar ook van jonge kunstenaars zoals Mark Manders, Arpaïs Du Bois en Peter Rogiers.

Eind 2002 presenteerde het museum zijn nieuw beleid. Het museum organiseerde sindsdien elk seizoen een grote tijdelijke tentoonstelling op de begane grond en een collectiepresentatie op de hogere verdiepingen. De nadruk op de Belgische kunst verminderde ten voordele van internationale kunst en kunstenaars. In 2003 werd de fusie met het Centrum voor Beeldcultuur afgerond, waardoor de blik nu breder dan de beeldende kunsten werd gericht. In 2013 opende het Panamarenko-huis. Dit voormalig atelier van de Antwerpse kunstenaar Panamarenko in de Seefhoek werd in 2002 door de kunstenaar aan het M HKA geschonken. In februari 2018 kondigde het M HKA aan te verhuizen naar het Antwerpse Hof van beroep. Het Hof van Beroep, een ontwerp uit 1973, zal worden afgebroken en in de plaats komt een nieuw museum. De planning is dat het nieuwe museum in 2024 open gaat.

Meer informatie vind je hier.

Museum Fritz Mayer van den Bergh

Het Museum Fritz Mayer van den Bergh is een verzameling oude meesters en sculpturen bijeengebracht door de gefortuneerde verzamelaar Fritz Mayer van den Bergh (1858-1901) en zijn moeder Henriette Mayer van den Bergh. Het museum vind je aan de Antwerpse Lange Gasthuisstraat.

Deze verzameling is beroemd om haar Vlaamse oude meesters uit de Antwerpse School. Er is vooral veel oude kunst uit de Nederlanden van de 14e tot de 17e eeuw te zien met werk van de Vlaamse Primitieven, retabels en monumentaal beeldhouwwerk. Van den Bergh was een expert met een zeer kritisch oog. Hij gaf er veel geld aan uit, waardoor hij verschillende unieke stukken wist te bemachtigen. Toen de kunstverzamelaar in 1901 op slechts 43-jarige leeftijd overleed, besloot zijn moeder Henriëtte de verzameling van haar zoon open te stellen voor een breed publiek. Zijn verzameling is te zien in een bijpassend huis, dat geheel in 16de-eeuwse stijl is gebouwd. Je ziet laatgotische en renaissanceversieringen aan de gevels. Tot op hoge leeftijd was de moeder betrokken bij het beheer van het museum. Dankzij de toekomstvisie van moeder en zoon is niet alleen de collectie beschermd maar ook het museum als gebouw.

Een zeer belangrijk werk met waardevolle miniaturen is het manuscript dat zijn naam draagt, namelijk het Breviarium Mayer van den Bergh, een getijdenboek van omstreeks 1500, dat vermoedelijk bedoeld was voor een persoon uit de Portugese elite. Eén van de sculptuurtopstukken is de zogenaamde Christus-Johannesgroep, van rond 1300. Daarnaast een paar fraaie retabels en engelengroepen uit de late gotiek. Tevens een kerstkribbe van verguld eikenhout uit de tweede helft van de vijftiende eeuw. Naast gebrandschilderd glas en oude meubelen is er ook een mooi, oud goudborduurwerk uit circa 1340-1360. Dit is zeer zeldzaam en representatief voor de Nederlanden in de late middeleeuwen. Verder is er nog de collectie munten die ridder van den Bergh verzamelde.

Meer informatie vind je hier.

Historische musea

Museum Plantin-Moretus

Het Museum Plantin-Moretus is een historisch museum over de drukkersfamilie Plantin-Moretus. Het pand met de drukkerij ligt aan de Vrijdagmarkt. In de zestiende eeuw was hier de boekdrukkerij Plantijn, die door Christoffel Plantijn werd gesticht. Na zijn dood werd de drukkerij overgenomen door zijn schoonzoon Jan I Moretus. Voor veel geleerden en humanisten, zoals Justus Lipsius en Simon Stevin, was dit een belangrijke plek. In 1876 verkocht Edward Moretus de drukkerij met volledige inboedel aan de stad Antwerpen en de Belgische staat. Een jaar later, in 1877, kon het publiek het woonhuis en de drukkerij bezoeken.

In 2002 werd dit museum genomineerd als UNESCO werelderfgoed en in 2005, als eerste museum ooit, op de lijst van werelderfgoed geplaatst, wegens de uitzonderlijk goed bewaarde historische drukkerij uit de zestiende eeuw. Eind september 2016 heropende het museum na een grondige renovatie en de nieuwbouw met leeszaal en depot uitgevende op de Heilige Geeststraat. De gevel van deze leeszaal verwijst naar een letterbak.

Het volledige huis is uitgerust met Vlaams meubilair en kunstvoorwerpen en veel houtsnijwerk bekleed met goudleer. De collectie heeft ook een paar interessante doeken van Rubens, die een huisvriend was. In het museum is een schat aan historische boeken en drukken bewaard gebleven. De collectie omvat ruim 30.000 boeken, originele zetstaven voor notenbalken en muziek. In de drukkerij staan een aantal originele houten drukpersen. Er is een gieterij voor loden drukletters, compleet met een unieke collectie handgietvormen. Daarnaast worden punches en matrijzen bewaard, die worden toegeschreven aan bijvoorbeeld Claude Garamond, Johan Van der Keere en andere beroemde lettersnijders uit de 17e en 18e eeuw. Deze zijn van bijzondere waarde als typografisch erfgoed. Er worden verder ruim 600 historische manuscripten bewaard (o.a. de wereldberoemde Kronieken van Jean Froissart uit de 15de eeuw), cartografische wereldbollen naar het model van Gerardus Mercator en enkele atlassen (o.a. het Theatrum Orbis Terrarum van Ortelius).

Ook is vrijwel het complete archief en de boekhouding over de periode dat de drukkerij actief was, bewaard gebleven. Dit is een zeldzame en bijzondere bron van informatie over de sociale geschiedenis van de stad en over de werkomstandigheden van de arbeiders.

Meer informatie vind je hier.

DIVA; Museum voor diamant, zilver en edelsmeedkunst

DIVA is een museum voor diamant, zilver en edelsmeedkunst aan de Suikerrui. Het is een samengaan van het Diamantmuseum en Zilvermuseum Sterckshof. De naam DIVA is geen afkorting, maar een associatie met ‘diva’ (ster). Het DIVA is sinds 2018 geopend op de plek waar vroeger het Etnografisch museum en het Volkskundig Museum gevestigd waren. De stad Antwerpen en diamant zijn nauw verbonden. Het nieuwe museum richt zich op het kunsthistorische verhaal, waarbij edelsmeedkunst en diamant de kern vormen. Antwerpen als wereldcentrum van diamantbewerking en -handel wordt in een brede context getoond. Er is ook een commerciële beleving aan gekoppeld.
Het museum is verdeeld over zes zalen met evenveel bedachte verhalen. Een denkbeeldige personage, butler Jerôme, leidt de bezoeker rond. Hiermee komen historische en hedendaagse verhalen rond diamant tot leven.

De zes zalen kennen de volgende thema’s:

  • Wonderkamer: over het exotisch karakter van luxeartikelen
  • Atelier: over het vakmanschap van de edelsmeedkunst en de diamantbewerking en bezoekers kunnen in een simulatiegame zelf een diamant slijpen
  • Internationale handelskamer: over Antwerpen als centrum van diamanthandel
  • Eetkamer: over luxeobjecten in het dagelijkse leven met de etiquetteregels van de Antwerpse adel
  • Kluizenruimte: over ethiek en echtheid in de diamantwereld
  • Boudoir: over de wereld van DIVA en over de invloed van filmsterren en royalty op sieraden

In het DIVA vind je ook een documentatiecentrum met 23.000 publicaties met een onderzoeksafdeling en een restauratielabo. Er worden creatieve workshops gegeven rond edelsmeedkunst. Er is een parcours voor kinderen tot 12 jaar met opdrachten. Interactieve schermen bieden achtergrondinformatie. Het binnenplein is een groene ontmoetingsplaats voor de buurt waar DIVA extra evenementen organiseert.

Meer informatie vind je hier.

Museum aan de Stroom

Het MAS, of Museum aan de Stroom, is op 17 mei 2011 geopend. Het MAS heeft acht tentoonstellingsruimtes en een collectie van ongeveer 500.000 kunstwerken. De geschiedenis, kunst en cultuur van de havenstad Antwerpen, de internationale handel en scheepvaart en kunst en cultuur uit Europa, Afrika, Azië, Amerika en Oceanië staan centraal.

Het museum ligt in de oude haven op het Eilandje. Het dakterras met panoramazicht en de wandelboulevard die naar boven leidt zijn tot ’s avonds laat gratis bereikbaar en zijn uiteraard zeer populair. Vlakbij het MAS vind je het tot Stadsarchief omgebouwde monumentale Stapelhuis Sint-Felix, het vroegere gebouw van het Loodswezen en het Red Star Line Museum.

De wandelboulevard leidt de bezoekers langs de museumzalen en naar boven. Er wordt een gratis wisselende expo langs de roltrappen getoond. Op de tweede verdieping kom je terecht in het Kijkdepot dat voor iedereen gratis te bezoeken is. In het Kijkdepot zie je een selectie van de collectie. Op de derde verdieping zijn tijdelijke expo’s en van de vierde tot de achtste verdieping de vaste tentoonstellingen. De tentoonstellingen tonen objecten en verhalen uit de hele wereld en verbinden telkens op nieuwe manieren de stad Antwerpen en de wereld.
De MAS-collectie bevat bijzondere verzamelingen zoals de Sarvavid Vairocana boeddhistische schilderijenreeks uit de 18de eeuw, de verzameling toegepaste kunsten, de verzameling Afrikaanse kunst, de verzameling Europese volksprenten, de verschillende verzamelingen scheepsmodellen, de grootste verzameling havenkranen van Europa. De MAS-collectie is volledig online toegankelijk.

MAS in Jonge Handen is de jongerenploeg van het MAS. Door de samenwerking met deze jongeren hoopt het MAS zich aantrekkelijk te maken voor een jong publiek. MAS IN JONGE HANDEN bedenkt activiteiten, organiseert evenementen, zoals MASKED, en gaat aan de slag met de museumcollectie. Ze ontwikkelden ook de gratis applicatie MASup die jongeren aan de hand van zes op maat gemaakte rondleidingen door het museum leidt.

Voor het MAS ligt het museumplein met daarop een 1600 m² grote mozaïek van Luc Tuymans met de naam ‘Dead Skull’. De mozaïek verwijst naar Tuymans’ gelijknamige schilderij uit 2002. Hiervoor baseerde hij zich op de gedenkplaat voor de Antwerpse schilder Quinten Metsys op de gevel van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. Het kunstwerk telt 96.569 stenen in 11 verschillende kleurtinten uit alle hoeken van de wereld. Ze werden in volle vrieskou op hun plek gelegd tijdens de winter van 2009. Maanden later, tijdens de zomer van 2010 kregen de laatste stenen hun plek.

Naar aanleiding van de vijfde verjaardag van het MAS in 2016 creëerde Antwerps kunstenaar Guillaume Bijl het kunstwerk Groetend Admiraal Koppel, dat nu buiten op de achtste verdieping van het MAS staat. Bijl liet zich voor dit kunstwerk inspireren door de omgeving van de haven met zijn veelheid aan (cruise)schepen. Dit werk bestaat uit twee menselijke figuren in beschilderd brons die 185 cm en 175 cm groot zijn en elk ongeveer 100 kilogram wegen.

Meer informatie vind je hier.

Red Star Line Museum

Het Red Star Line Museum is een museum in Antwerpen over de geschiedenis van de Red Star Line, dat op 28 september 2013 werd geopend. Het Red Star Line Museum is opgebouwd uit verhalen van mensen die met de schepen van de rederij naar Amerika of Canada zijn gereisd. Centraal staan zes getuigen, onder wie Albert Einstein en Irving Berlin. De hoofdtentoonstelling voert de bezoeker langs de verscheidene reisetappes vanaf het reisbureau in Warschau tot het nieuwe leven in de Verenigde Staten. Het doel is om een indruk te geven van de zware tocht die een Europese landverhuizer moest afleggen voor een betere toekomst. Het laatste deel van de tentoonstelling verbindt het verleden met het heden om aan te tonen dat migratie algemeen en tijdloos is.

Om een beter beeld te geven bij alle verhalen die het Red Star Line Museum heeft verzameld, bevat de collectie verschillende persoonlijke stukken zoals foto’s en documenten, maar ook objecten van de families. Die spullen zijn door afstammelingen van de passagiers aan het museum geschonken.

Het Red Star Line Museum is gevestigd in de historische paviljoens die sinds 2001 als monument erkend zijn. Vier jaar later kocht de stad Antwerpen de loodsen om er een Red Star Line Memorial in te richten.

Meer informatie vind je hier.

Letterenhuis; Vlaamse letterkundig museum en archief

Het Letterenhuis is het Vlaamse letterkundig museum en archief. Er is een vaste tentoonstelling over 200 jaar literatuur in Vlaanderen en een wisselende thematische tentoonstelling. Daarnaast worden er ook literaire activiteiten georganiseerd, zoals poëzielezingen, studiedagen en boekpresentaties. In het archief bevinden zich zo’n twee miljoen brieven en handschriften van schrijvers of als deel van de hier bewaarde archieven van uitgevers, literaire clubs en tijdschriften. De collectie omvat bovendien zo’n 130.000 foto’s, 40.000 affiches, schilderijen, grafiek en beeldhouwwerk, naast een uitgebreid knipsel- en documentatiesysteem. Dit kan in de leeszaal worden ingezien voor onderzoek.
Enkele hoogtepunten uit de collectie zijn uitgebreide auteursarchieven van onder anderen Willem Elsschot, Louis Paul Boon, Paul van Ostaijen, Karel Van de Woestijne en Hugo Claus. Onder de geschonken archieven bevinden zich die van Tom Lanoye, Johan Daisne, Ivo Michiels, Hugo Raes, Paul De Wispelaere, Kamiel Vanhole, Angèle Manteau, Jan Decorte en Wannes van de Velde.

Meer informatie vind je hier.

Museum Vleeshuis; Klank van de Stad

Het Vleeshuis is een voormalig gildehuis. Hierin is een museum gewijd aan 600 jaar muziekleven in Antwerpen en de Lage Landen.
In de middeleeuwen ontstonden er in Antwerpen gebouwen voor verkopers om hen de mogelijkheid te geven op een overdekte plaats handel te drijven. Het eerste Vleeshuis werd in 1250 gebouwd vlakbij de burcht om er geslachte dieren te verkopen.

Rond 1500, aan het begin van de Gouden Eeuw van Antwerpen, werd het gebouw te klein. Het gilde van de slagers besloot om een nieuw Vleeshuis te bouwen. Het nieuwe gebouw moest ruimte bieden voor 62 slagers. Het werd tussen 1501 en 1504 gebouwd. Het is een laatgotisch gebouw opgetrokken in rode baksteen en witte zandsteen. In de kelder kon vlees worden bewaard dat in de winkeltjes op de benedenverdieping werd verkocht. Achteraan de benedenverdieping is een kapel. Op de eerste verdieping zijn vergaderzalen en een keuken. Mogelijk waren op de eerste verdieping ook enkele winkeltjes van slagers. De tweede tot en met de vijfde verdiepingen, gelegen onder het dak, dienden als opslagruimtes.

Tijdens de bezetting van de Fransen in 1795 werden de gilden afgeschaft. Het Vleeshuis werd daarna vooral nog als opslagplaats gebruikt. Na 1830 namen verschillende kunstenaars hun intrek in het gebouw. Rond 1840 bracht de toneelmaatschappij Liede en Eendracht er regelmatig opera’s, zangspelen en toneelstukken. Vanaf 1841 liet de toenmalige eigenaar, Joannes Daniel Peyrot, het Vleeshuis grondig verbouwen. De hoge, gewelfde benedenverdieping deelde hij op in twee verdiepingen.

Tegen het einde van de negentiende eeuw werd in het Vleeshuis een museum ingericht voor de stukken uit de oudheid die in Antwerpen waren gevonden. De bedoeling was om een zo breed mogelijk beeld te tonen van kunst uit de oudheid tot nu. Het museum bezat een collectie metaal, keramiek, glaswerk, iconografie, wapens, houtsnijwerk, onderdelen van architectuur en interieur, en muziekinstrumenten. Ook paleontologische en Egyptische objecten vonden hun weg naar het museum. Vanaf 1967 kwamen de muziekinstrumenten steeds meer op de voorgrond. Geleidelijk aan vormde het museum zijn vaste tentoonstelling om. Na een korte sluiting in 2006 opende het Vleeshuis opnieuw zijn deuren, nu onder leiding van conservator Karel Moens. Het museum kreeg de ondertitel ‘Klank van de Stad’. Enkele jaren later werden alle objecten die niets met muziek te maken hadden, ondergebracht in het Museum aan de Stroom (MAS).

Klank van de Stad toont de ontwikkeling van het (Antwerpse) muziekleven op de benedenverdieping en in de kelder van het gebouw. Het museum heeft de volgende thema’s: Speellieden, Gezag en orde, Torenmuziek, Opera, Kerkmuziek, verschillende thema’s rond huismuziek, Klokkengieterij Sergeys, Openbaar concertleven, Instrumentenatelier Van Engelen, en Dansmuziek. Op de laatste woensdag van elke maand (behalve in juli, augustus en december) organiseert het museum een concert onder de titel Woensdagklanken. De focus ligt vaak op onbekende Belgische muziek.

Tijdens de zomervakantie organiseert het Museum Vleeshuis beiaardconcerten, meestal in samenwerking met buitenlandse beiaardiers. Tijdens de zomerconcerten werken de beiaardiers soms samen met andere artiesten: in 2015 zong rapster Slongs Dievanongs met de beiaard, en in juli 2016 begeleidde de beiaard K3.

Meer informatie vind je hier.

MoMu – ModeMuseum

https://artesgroup.imgix.net/https%3A%2F%2Fartesgroup.be%2Fvolumes%2Fprojects%2FIMG_5175.jpg?auto=compress%2Cformat&crop=focalpoint&fit=crop&fp-x=0.5&fp-y=0.5&h=620&w=900&s=620021b37c6da5a78dd0d42195126662

Het MoMu – ModeMuseum, het voormalige Provinciale Kostuum- en Textielmuseum in Oelegem, is sinds 2002 gevestigd in het gebouw Antwerpse ModeNatie. Daar zijn ook het Flanders Fashion Institute, de Antwerpse Modeacademie en winkelrestaurant Renaissance gehuisvest. Er worden voornamelijk tijdelijke tentoonstellingen gehouden. Er is geen ruimte om alle te laten zien. Daarom sloot het museum in april 2018 voor een grondige renovatie en zal waarschijnlijk in 2020 heropenen. Het ModeMuseum blijft in de tussentijd wel tentoonstellingen organiseren op alternatieve locaties.

Het gebouw van de ModeNatie is uit de 19e eeuw, toen het een kledingzaak was voor heren en kinderen. In de 20e eeuw veranderde het gebouw vaak van eigenaar tot in 2000 werd besloten om het te renoveren. MoMu heeft een collectie van meer dan 33.000 stukken: kleding, schoenen, textiel, accessoires, kant. Kleding en accessoires vormen de kern van de collectie die tot stand kwam via aankopen, maar ook door schenkingen en bruiklenen.

Meer informatie vind je hier.

Middelheimmuseum

Het Middelheimmuseum is een beeldenpark van 30 hectare in het deelpark Middelheim van het Nachtegalenpark. Het deelpark Middelheim is bekend om zijn beeldenpark, dat is ontstaan uit de ‘Biënnale Middelheim’, die vanaf 1951 iedere twee jaar in het park georganiseerd werd. Na twintig afleveringen van deze beeldententoonstelling besloot men in 1989 een andere manier te kiezen om de beeldenverzameling aan te vullen. De beeldentuin heeft de vorm van vier uitwaaierende stroken, aan beide zijden van de Middelheimlaan.

De collectie bestaat uit ongeveer tweehonderd beelden, waarvan enkele tientallen in de stad Antwerpen zijn neergezet. Bovendien bezit het openluchtmuseum honderden beelden die door wisseltentoonstellingen worden getoond in het Braem-paviljoen. In dit paviljoen staan kwetsbare stukken opgesteld die niet in openlucht kunnen staan. Het Documentatiecentrum Burgemeester Lode Craeybeckx van het beeldenpark is gevestigd in de Orangerie van het Middelheimpark. In 2012 werd de plantentuin Hortiflora toegevoegd aan het bestaande beeldenpark. Er is daardoor een natuurlijke verbinding met het Nachtegalenpark.

De collectie omvat werken van vele vooraanstaande beeldhouwers van de moderne en hedendaagse beeldenkunst, zoals:

  • Rodin: Balzac, Bronzen tijdperk, Johannes De Doper
  • Auguste Renoir: Venus Victrix
  • Ai Weiwei: The Bridge Without a Name
  • Joseph Bernard: Dansende vrouw en kind
  • Émile-Antoine Bourdelle: De weerspannige ram, Heracles Boogschutter, Dr. Koeberle
  • Eugène Dodeigne: Geknielde figuur, Drie staanden
  • Floris Jespers: Negerinnengroep, Vier Congobeelden
  • Arturo Martini (diverse terracottabeelden in het Middelheimmuseum, die de kern van de collectie vormen, onder andere Gare invernali, Chiaro di luna en Giochi invernali
  • Rik Wouters: Het zotte geweld en Huiselijke zorgen
  • Ossip Zadkine: De Phoenix

Meer informatie vind je hier.

Vlaams Tram- en Autobusmuseum

Het Vlaams Tram- en Autobusmuseum is een museum waar trams en bussen, van vroeger en nu, worden tentoongesteld. Het museum vind je in Berchem in de vroegere stelplaats Groenenhoek. Het gebouw is uit 1912. Sinds midden 2019 is het gebouw gerenoveerd en het museum werd heropend op 15 juni 2019.

Het museum is gewijd aan de geschiedenis van het openbaar vervoer in Vlaanderen. De pakwagen B 2227 van de Buurtspoorwegen (bouwjaar 1899) is het oudste voertuig uit de collectie. Andere opmerkelijke voertuigen zijn de eerste Antwerpse elektrische tram (bouwjaar 1900), een open tram uit Gent (bouwjaar 1908), een stoomtramlocomotief (bouwjaar 1915) en de enige bewaard gebleven gyrobus in de wereld. In totaal zijn er 75 trams en bussen. Naast de voertuigen zelf bezit het museum een uitgebreide verzameling van accessoires, dienstuniformen, modellen etc.

Een deel van de trams is rijvaardig en wordt ingezet op het Antwerpse net voor evenementen en voor verhuur. De rijvaardige bussen nemen af en toe deel aan evenementen.

Meer informatie vind je hier.

Lees ook

Astrid